Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE AEDEELING.
LAND- EN VOLKENKUNDE.
EERSTE HOOFDSTUK.
ALGEMEENE VOLKENKUNDE.
§ 9.
VERDEELING VAN HET MENSCHELIJK GESLACHT NAAR HET
ONDERSCHEID IN LIGCHAAMSBOUW.
Meer dan de plant, die gemakkelijk bezwijkt onder den in-
vloed van een vijandig klimaat of ongunstigen grond, is het dier
geschikt om in verschillende deelen der aarde te leven; maar
geen georganiseerd wezen is daartoe in hoogere mate bekwaam
dan de mensch, die in alle streken zijn verblijf kan houden.
Maar terwijl de dieren- en plantenwereld onder den evenaar het
hoogste punt der bewerktuigde volmaaktheid bereikt en deze
met den afstand van den evenaar naar de polen langzamerhand
afneemt, staat de mensch in de tropische gewesten (in de zui-
delijke vastlanden) juist op den laagsten trap en komt eerder in
de noordelijk gematigde luchtstreek, in zijn eigenlijk vaderland
(Iran, Armenië), tevens het middelpunt der oude wereld, tot de
meest volkomene ontwikkeling. Daarom bieden de 1330 mill.
menschen, die zeer ongelijkmatig over het aardrijk verspreid
zijn, ofschoon zij ten gevolge hunner gemeensch appel ij ke
afstamming maar eene enkele soort vormen, zoowel met be-
trekking tot het 1 i g c h a a m als tot den geest eene buiten-
gewone verscheidenheid aan.
PÜTZ, VEEGEL. AAEDR. 3