Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
KLIMA.AI EN BEWERKT. NATUUR. § 71. 481
rivieren worden er niet voor de scheepvaart gebruikt. De natuur
heeft hier gedeeltelijk reeds verbindingen aangebragt of vormt
die op geregeld terug keerende tijden.
Men late uit de § § 68—70 door de leerlingen eene parallel tus-
schen Noord- en Zuid-Amerika uitwerken of ten minste schetsen.
§ 71.
HET KLIMAAT EN DE BEWERKTUIGDE NATUUR IN AMERIKA.
Even als Amerika in horizontale uitbreiding eene tegenstel-
ling maakt met Azië (bl. 52), zoo is het ook met het daarvan af-
hankelijke klimaat gesteld; want omdat het zich uitstrekt door
vier zonen, ontstaat er eene veel grootere verscheidenheid
van klimaat in de afzonderlijke landen dan in Azië, dat
met zijne grootste massa slechts tot eene enkele zone behoort.
Deze tegenstelling tot de eenheid van klimaat in Azië wordt
nog verhoogd door de ruwe kontrasten in de vertikale geleding,
daar zoo wel het gewest van de eeuwige sneeuw, dat over het
geheele werelddeel ia zijne langste uitgestrektheid, inde rig-
ting van den meridiaan, loopt, als de geringste absolute hoog-
te van den grond in de onmetelijke laaglanden nergens in eene
zoo verbazende uitbreiding, en, bij het volslagen gebrek
aan terraslanden, zoo onmiddellijk naast elkander gevonden
worden. Deze verscheidenheid in het Amerikaansch klimaat zou
nog veel grooter zijn , wanneer zij niet door het oceanisch ka-
rakter eenigzins verminderd werd, waardoor het ook een kon-
trast vormt met het kontinentale klimaat van Afrika (bl. 155).
Door de veelvuldige aanraking van het betrekkelijk smalle kon-
tinent met den oceaan, de opene ligging der groote vlakten
voor den zeewind, die door geene hooge oostelijke bergketen
wordt tegengehouden, de groote uitgestrektheid der vlakten,
die de ontwikkeling der rivieren zoo zeer begunstigen, de on-
afzienbare wouden, „die in de tropische streken den bodem
voor de stralen der zon beschutten, en in het binnenland, waar
bergen en oceaan ver af liggen, aanzienlijke hoeveelheden van
ingezogen water uitwasemen", vermeerdert het vochtige en koele