Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
KIVIEREN YAN ZUID-AMERIKA. § 70. 479
en de Eoode rivier, en links door den Ohio of de schoone
rivier (met den Tenessee). Het mondingsland is eene moerassige,
veelarmige delta, die jaarlijks overstroomd wordt, en, gelijk bijna
de geheele noordkust van de golf van Mexico, met ondoordring-
bare rietbosschen bedekt is. Deze vruchtbare, maar ongezonde
laagvlakte loopt westelijk tot aan den mond van den Rio del
Norte, die in zijn weinig water bevattenden bovenloop het
aanzienlijkste lengtedal van het geheele stelsel der Cordillera's
vormt.
Behalve de beide hoofdhellingen van Noord-Amerika is er voor
de kustrivieren nog eene grootere, maar tot hiertoe onbeduidende
westelijke, en eene in uitgestrektheid zeer beperkte, doch voor
de bebouwing hoogst belangrijke oostelijke helling: de eerste
niet alleen van de kust- maar ook van de centraal-ketenen der
Cordillera's, waarvan de Columbia en de Colorado over de
hoogvlakte naar den grooten oceaan stroomen; de laatste van de
■oostelijke helling van het Alleghany-gebergte en het bergland van
Nieuw-Engcland, van waar de Susquehanah, de Delaware,
de (beide gebergtemassa's scheidende) Hudson, de Connecti-
cut en St. John in diepe inzinkingen en met korten, maar wa-
terrijken loop naar den Atlantischen oceaan stroomeu.
Geen land ter wereld heeft zulk een uitgebreid kanaal-
stelsel als het vastland van Noord-Amerika. Hierdoor worden
de beide grootste stroomgebieden, van den Mississippi en van
de St. Jjaurens-rivier, zoowel met elkander, als met de kustri-
vieren der oostelijke helling en deze weder onderling in verbin-
ding gebragt, en is eene binnenvaart (8000 ra.) tusschen de
groote meren, den Atlantischen oceaan en de golf van Mexico
gevormd.
De stroomgebieden van Zuid-Amerika zijn trotscher en
toch veel eenvoudiger dan die van Noord-Amerika. De eigen-
lijke merenvorming mist men hier bijna geheel (slechts een hoog-
meer Titicaca, en een laagmeer Maracaïbo). Maar in geen
land der aarde vindt men zoo vele en tevens zoo waterrijke,
van alle hinderpalen voor de scheepvaart bevrijde stroomen.
De Zuid-Amerikaansche rivieren ontspringen hoofdzakelijk op
de Andes, digt bij den grooten Oceaan, en zoeken toch steeds de