Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
476 WATEKSTELSBLS VAK AMERIKA. § 70.
vele duizenden naar zuidelijke, naburige landen (ten zuiden van
den Arkansas) trekken, om eeu zachter klimaat op te zoeken. Zij
worden door de zwervende Indianen in kunstig aangelegde omtui-
ningen gevangen.
De noordelijke helft heeft eene grootte van ongeveer 100000
□ m., strekt zich uit van het Rotsgebergte tot aan den Atlanti-
schen oceaan en wordt afgebroken door een grooten inham, de
Hudsonsbaai, die alle minder ontwikkelde, gedeeltelijk slechts
periodieke waterstelsels van deze laagvlakte (over den Mackenzie
bl. 467) opneemt. De noordelijke ligging en de rotsvorming van
den grond, die hier de bovenhand heeft, bemoeijelijkt de bebouwing
der verbazende uitgestrektheid lands, waarin, even als in de gras-
en woudvlakten van Zuid-Amerika, de rivieren de eenige draden
van gemeenschap zijn en tevens het woestijnkarakter weren, dat
zich anders hier door de pool-koude, ginds door de tropische hitte
zou vestigen.
§ 70.
DE WATERSTELSELS VAN AMERIKA.
Geen deel der aarde heeft zulk een rijkdom aan kontinentale
wateren als Amerika. Zijne stroomen zijn de langste, de water-
rijkste en de meest vertakte op de geheele aarde, terwijl de ont-
zaggelijke zoetwatermeren van Noord-Amerika meer dan de helft
van al het zoet water op het vastland bevatten. Maar dewijl de
overgang tusschen hooggebergte-land en laagland door terras-
landen in mindere mate plaats heeft dan in de oude wereld, en
zelfs in Zuid-Amerika in 't geheel niet wordt aangetroffen, is de
ontwikkeling der Amerikaansche stroomstelsels
zeer eenvormig. Bij gebrek aan midden-gebergtelandschap-
pen behoort verre weg het grootste deel van hun loop aan de
zeer overwegende laagvlakte, waar dikwerf, vooral in Zuid-Ame-
rika , eene bijna onmerkbare hoogte van den grond de water-
scheiding uitmaakt, ja soms ontbreekt zij geheel en loopen
groote rivieren, gelijk de Orinoko en de Amazonenrivier, vooral
bij hoogen waterstand, volkomen in elkander.
Bij het uiterst gering, over eene groote uitgestrektheid verdeeld
verval hebben zij een tragen loop en zouden, omdat zij geene eigen-
lijke oevers hebben, staande wateren worden, zoo niet de groote, 's zo-
mers smeltende sneeuwmassa der Andes en de sterke neerslag uit den