Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET LAAGLAND VAN AMEKIKA. § 69. 475
door palnibosschen, terwijl de zuidelijke rand bijna met eeuwige
sneeuw bedekt is. Het is eene onafzienbare vlakte, bewoond door
kudden wilde paarden en runderen. Mensehen hebben er zich nog
weinig gevestigd.
b. De Llanos (spr. Ljanos) van de Amazonen-rivier (145000
□ mijlen) tusschen de Andes van Peru en Quito, het Braziliaan-
sche bergland, den Atlantischen Oceaan en het hoogland van Guy-
ana , nemen bijna de geheele breedte van het vastland in (= de
breedte van Europa). Zij bestaan grootendeels uit ondoordringbare,
moerassige, eeuwen-oude bosschen vol reusachtige slingerplanten;
de talrijke wateraderen vormen hier de eenige wegen; doch het (ten
gevolge der tropische hitte) hoogst ongezonde klimaat houdt tot
hiertoe alle vestiging van menschen tegen. De vlakten, die niet met
moerassige wouden bedekt zijn en geene boomen hebben, ziju de
eigenlijke Llanos. In het zuiden gaan zij over in de Pampa's van
den Rio de la Plata; in 't noorden in
e. de Llanos van den Orinoko tusschen het hoogland van
Guyana, dat zij ineen hal ven cirkel omsluiten, en het kustgebergte
van Venezuela, volgens haar geologischen aard eene woeste step-
pe, die echter na den tropischen regentijd spoedig verandert in
eene „Kruidenzee," zoo als de naburige bewoners ze noemen,
d. i. in eene vlakte met gras van een mans lengte, waar een tal in-
heemsche dieren, met kudden van wilde paarden en ezels, ruim-
schoots voedsel vinden. Uit den week geworden grond kruipen reus-
achtige waterslangen eu krokodillen te voorschijn, die gedurende
de droogte hun ondcraardschen zomerslaap gehouden hebben.
2. In Noord-Amerika ligt tusschen de CordiUera's in 't wes-
ten en het Alleghany-gebergte in 't oosten eene doorloopende vlakte
van de golf van Mexico tot aan de IJszee, waarin de waterschei-
ding tusschen de Hudsonsbaai en de Mexikaansche golf wordt aan-
geduid door de matige (1400—ISOO'j opheffing der Zwarte heu-
vels. De zuidelijke helft is de rijk besproeide, vruchtbare en digt
bewoonde Mississippi-vlakte (400—600'); de noordelijke is die
van Canada.
De zuidelijke helft wordt door den Mississippi weder in twee
helften gedeeld, die in natuurgesteldheid verschillend zijn; eene
kleine, oostelijke, deels nog door bosschen bedekt, deels echter
in vruchtbaren groud met eene talrijke bevolking veranderd, eu in
eene grootere, wes t e 1 ij k e, die op beide oevers van den Missisippi
onmetelijke grasvlakten (Savanen) vormt, waarin de grootste dieren
der nieuwe wereld, de buffels, weiden, en 's winters in kudden van
31*