Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
474 HET LAAGLAND VAN AMERIKA. § 69.
ten (gemiddelde hoogte 3000' met toppen van 6750'), vormt
de waterscheiding tusschen den Atlantischen oceaan en het
dal van den Mississippi, langs de oostkust van Noord-Amerika,
in de rigting vau 't zuidwesten naar 't noordoosten loopende.
In het noorden (aan gene zijde van de Hudsons-rivier) sluit
het zich aan het plateauvormige hoogere (6000') bergland
van Nieuw-Engeland aan.
hh. De hoogten van Canada (Albauy-gebergte) en van
Labrador zijn nog weinig bekend.
Buitendien vindt men nog op zich zelf staande bergen aau
de oost-en westkust van Groenland en in de West-Indi-
ë n op de groote en de gedeeltelijk vulkanische kleine Antillen.
II. Het laagland.
Als gevolg van de rigting van het Amerikaansche geberg-
testelsel naar den meridiaan en zijne ligging aan den uitersten
westelijken rand des werelddeels blijft er, meer dan in eenig
ander deel der aarde, eene groote ruimte (Vj van het geheele
vastland) over voor het laagland. Dit strekt zich ten oosten van
die bergketen in gelijke lengte van de noordelijke tot de zui-
delijke IJszee uit, en wordt alleen afgebroken door het West-
Indische zeebekken. Niet alleen in de lengte, maar ook in de
breedte strekt zich dit laagland ongemeen uit, want het loopt
gedeeltelijk tot aan den Atlantischen Oceaan. Daardoor is de
ontwikkeling der rivieren zoo sterk, waarvan, in vereeniging
met den meer dan rijken atmosphcrischen neerslag, de weelde-
rige plantengroei, vooral in Zuid-Amerika, afhangt.
1. In Zuid-Amerika is het laagland in drie vlakten of rivier-
gebieden verdeeld: dat van den Rio de la Plata, van de Amazonen-
rivier en van den Orinoko (benedenloop); de noordelijke en zuide-
lijke zijn steppen of grasvlakten, de middenste is eene woudvlakte.
a. De Patagonische steppe, ten oosten der Andes van
dien naam, is eene hoogst onherbergzame, weinig bewoonde kalk-
vlakte. Eeue voortzetting hiervan zijn de Pampa's van den Rio
de la Plata, tusschen de Andes van Chili en Peru aan den eenen
en het Braziliaansche bergland van den anderen kant, die met de
Patagonische vlakte bijna half zoo groot zijn (76000 □ mijlen) als
het vastland van Europa, zoodat zij ten noorden begrensd worden