Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE DEELEN VAN DEN ATLANT, OCEAAN. § 6. 31
visscherij te dankeu. — De warme equatoriaalstroom wordt in
het tropische gedeelte van deu oceaan tot aan den grooten archipel
van Zuid-Azië wegens de groote uitgebreidheid der zee door niets
in zijn loop gehinderd; en nergens is hij zoo regelmatig als hier.
Zijne breedte (50^) staat ongeveer gelijk met die der heete lucht-
streek. Bij het eiland Formosa wendt hij zich naar het noordoosten
en bespoelt onder den naam van Japan-stroom de kusten van
Oost-Japan. Deze (waarvan Maurj de bronnen in den Indischen
oceaan vindt) voert, gelijk de (insgelijks eene voortzetting van den
equatoriaalstroom vormende) Atlautische golfstroom en met de
zelfde snelheid, warm water (daarom dikke nevels op de oostkusten
van Japan, even als bij New-foundland) en drijfhout naar de noor-
delijke breedten; aan hem zijn de Aleoeten en Kamtschatka, gelijk
noordelijk Skandinavië aan den golfstroom, hun zachter klimaat
verschuldigd. — De Mexicaansche strooming, die naar het
zuiden gerigt is (zoo als die op de westkust van Afrika), is nog
niet genoegzaam onderzocht. Doch de cirkelloop van den Grooten
oceaan schijnt volkomen te zijn bewezen.
De ontelbare kleinere eilanden van dezen oceaan zijn gedeelte-
lijk van vulkanischen oorsprong, gedeeltelijk door den bouw der
koraaldieren ontstaan. In 't algemeen is hij omgeven door een kring
van voortdurend werkzame vulkanen, die op de oostzijde met
het (bijna 1000 mijl) lange gebergte der Cordillera's aan Amerika's
westrand in elkander loopen (verg. § 69). Op de westelijke zijde
van den Grooten oceaan loopt deze vuurcirkel, eveneens bijua 1000
mijlen lang, van het dubbel-eiland Nieuw-Zeeland in noordwestelijke
rigting over de duizenden afgezonderde, opgehevene bazalt-eiland-
jes naar de Philippijnen (met eene vertakking op de Molukken),
dan met eene holle bogt over Japan, de Koerilen, Kamsehatka en
de Aleoeten, en sluit zich weder aan het noordeinde der Cordille-
ra's aan. Alleen in het zuiden is deze cirkel niet door vulkanen
afgesloten. Want, terwijl in de heete luchtstreek de zee zooda-
nig door digt zaamgedrongen eilandenreeksen bezaaid is, dat men
ze vergeleken heeft met den zoo sterrenrijken melkweg aan den
hemel, ontwaart men hier de zelfde groote armoede aan eiland-
vorming, die zoo eigen is aan den Indischen en Atlantischen oce-
aan van de zuidelijk gematigde zone. — Onder de koraalvor-
mingen 1) zijn vooral merkwaardig de zoogenaamde lagune-eilan-
1) Zie M. J. Schleiden, de Plant en haar leven. — Wittwer, de Aar-
de en hare wonderen.