Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
470 HET HOOGL. VAN ZÜID- EN NOOKD-AMEE. § 69.
gelijk in Azië die van hoogland (bl. 47), op den voorgrond; de
verhevenheid van den bodem is hier niet een uitgestrekt hoog-
land, zoo als daar, maar vertoont zich als het grootste stelsel
van keten-gebergten met eene ondergeschikte plateauvor-
ming.
i. Het hoogland.
Amerika heeft volgens de nieuwste nasporingen 1) 4 hoofdge-
bergten en verscheidene afgezonderde berggroepen. Van de 4
hoofdgebergten heeten de 3 noordelijke : Cordillera's (deCor-
dillera's van Noord-Amerika, van Mexico en van Midden-Ame-
rika), het vierde is de keten der Andes in Zuid-Amerika.
De Cordillera's zoowel als de Andes zijn merkwaardig
door reusachtige uitgebreidheid, aanzienlijke hoogte, steile helling
naar de vlakten, die op de zeezijde nog steiler is, de verscheidenheid
der hooglanden, de menigte vulkanen (vooral in de nabijheid der
zee) en den rijkdom aan metalen, den geringen invloed op klimaat
en geschiedenis (zij maken geene natuurlijke scheiding voor
klimaat en plantengroei, geene grenzen voor geschiedkundige
gebeurtenissen, gelijk de parallelgebergten van Europa). Hunne
lengte (1800 mijlen) is dus bijna gelijk aan die van het ge-
heele werelddeel; hunne breedte in de hoofdketen bedraagt
slechts 10 — 20 mijlen, die echter door de parallelketenen in Zuid-
Amerika tot 100 en in Noord-Amerika zelfs tot meer dan 200
mijlen vergroot wordt door het plateau, ingesloten door pa-
rallelketenen. Daarom overtreffen zij in horizontale uitgebreid-
heid (216 000 □ m. of bijna '/g van Amerika) verreweg
alle bergketens der aarde; in hoogte, zoowel in kamhoogte
(6000—14 000') als hoogsten top (meer dan 23 000'), moeten
zij alleen voor den Himalaja onderdoen. Daar zij alleen door
1) Maurits Wagner heeft in Neumann's Zeitschrift für Erdkunde, 1861,
bl. 409, het onjuiste der meening aangewezen , dat er ééu hoofdgebergte-
stelsel over het geheele werelddeel van 't noorden naar 't zuiden liep. Hij
onderscheidt 5 bergstelsels, waarvan er nogtans een, de Isthmus-Cordille-
ra's, wegens zijne geringe uitgebreidheid (9 m. lang, 1 m. breed) op de
schoolkaarten naauwelijks te onderscheiden en dus hier niet opgegeven is.