Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
468 HORIZONTALE VORM VAN AMERIKA. § 68.
naar de Zuidpool uit, en alzoo heeft het ook de grootste lengte
in de rigting van het noorden naar het zuiden (1870 mijlen);
de breedte wisselt af tusschen den Atlantischen en den Groo-
ten Oceaan van 6 tot 862 mijlen. Amerika is in het midden door
de zee van Mexico en van de Antillen in twee kontinenten ver-
deeld, die in horizontale (driehoekige) gedaante (met de bree-
de basis naar 't noorden en den spitsen hoek naar 't zuiden), en
in vlakte-inhoud (elk '/g mill. □ m.) bijna gelijk zijn, maar in den
vorm van den bodem en de klimaten zeer verschillen, en door
een naar het zuiden steeds smaller wordenden isthmus verbon-
den zijn. Nogtans heeft het verkeer tusschen Noord- en Zuid-
Amerika te water en niet te land plaats; de isthmus schijnt van
oudsher geene brug voor volks-verhuizingen geweest te zijn,
terwijl de eilanden-groepen der Antillen het verbindend lid uit-
maken van de noordelijke en zuidelijke helft des werelddeels.
Hier ontbreekt dus de groote verscheidenheid der oude wereld,
waar elk kontinent zijne bijzondere gedaante gekregen heeft. De
noordelijke helft heeft door grootere kustontwikkeling en vooral
door hare twee binnenzeeën (in 't zuiden en noorden) eenige over-
eenkomst met Europa's voordeelige gedaante; het zuidelijke kon-
tinent doet door zijne gedaante, zijne eenvormigheid van kust-
zoom (iets meer dan '/j van geheel Amerika) en de armoede der
eilandvorming aan Afrika denken, waarmede het overigens (door
volkomen verschil van plastische vorming en besproeijing van den
grond) niets gemeens heeft.
Even als Europa, wordt ook Noord-Amerika zoowel in 't zui-
den als in 't noorden door eene middellandsche zee bespoeld en
veelvuldig afgebroken. Vooral is de noordzijde van Noord-Ame-
rika door de op bl. 18 genoemde en vele andere groote water-
bekkens bijna overmatig in leden gesplitst en in ontelbare eilan-
den en schiereilanden gedeeld; de eilandvorming is verbazend
(de eilandengroep van Groenland alleen wordt op 35 000 □ m.
gesehat). De oostzijde van Noord-Amerika deelt in de verscheiden-
heid der kustvorming van Europa, want men vindt er vier aanzien-
lijke schier-eilanden: Labrador, Nieuw-Brunswijk met
Nieuw-Schotlan d (of Acadië), Florida en Yucatan, die