Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEEDE AFDEELING.
DE NIEUWE "WERELD.
De Nieuwe wereld is hoofdzakelijk eene oceanische
wereld in tegenstelling tot het kontinentale karakter der
Oude wereld, want zij bestaat uit twee eilandvormige vast-
landen en een in het midden van het water-halfrond gelegen
eiland (Australië), terwijl de Oude wereld de grootste, de minst
afgebroken, voor den invloed der zee in haar binnenland minst
vatbare, zaamgedrongen landmassa vormt. De Oude wereld ligt
met haar grootste deel in het noordelijke halfrond, en behoort
over 't geheel tot de gematigde luchtstreek; in de Nieuwe wereld
zijn integendeel de landen vrij gelijkmatig over twee zonen en
twee halfronden verdeeld. De Oude wereld heeft hare grootste
uitgestrektheid van het oosten naar het westen in de rigting der
parallelen; de Nieuwe wereld in de rigting der meridianen, van
't noorden naar 't zuiden. Daarom heeft de Oude wereld eene
grootere eenheid in klimaat, die de verhuizingen der vol-
ken, zelfs van het eene werelddeel naar het andere, ongemeen
in de hand werkte, terwijl Amerika alle temperaturen der
aarde, en niet eens, maar tweemaal kan aanwijzen 1).
I. AMERIKA.
§ 67.
amerika's wereldstand.
Amerika, „het eigenlijke land van het midden," maakt
op zich zelf een halfrond, terwijl alle overige deelen der aarde
1) ZieA. Guyot, Grundzüge der vergl. physikalischen Erdk., bl. 162.