Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
4!64; ENGELSCHE KOLONiëN. § 66.
dienst en de badgasten, die hier jaarlijks komen om versterking
voor hunne zenuwen te zoeken.
Wegens de vertikale hoogte reeds uit de verte zigtbaar, is Helgoland
een baken van veel gewigt voor de scheepvaart op eene onstuimige zes,
van bijna alle kanten door lage kusten ingesloten, belangrijk om zijne
ligging voor den mond van twee druk bevaren stroomen, aan den toegmg
tot Duitschlands voornaamste handelsplaatsen (Hamburg en Bremen), als
woonplaats van onverschrokken en ervaren loodsen, als basis van eei ver
in *t rond lichtenden vuurtoren.
2. Gibraltar, zie bl. 262.
3. De Malta-groep, zie bl. 247.
VI. Koloniën.
1. Amerikaansche.
Van Noord-Amerika bezit Engeland ook nu nog de helft,
maar juist die, welke wegens hare noordelijke ligging (tea noor-
den der vijf groote meren) het minst bebouwd en bevolkt is (slechts
33/4 mill.), zie § 74; in Midden-Amerika: Jamaica, de mees-
te der Kleine Antillen, de Bahama-eilanden en het hout-
distrikt aan de Honduras-baai, zie § 75, vanwaar mahony- en
andere kostbare houtsoorten uitgevoerd worden, het eiland Tri-
nidad; in Zuid-Amerika de grootere helft van het kustland
van Guyana en de door weinige visschers bewoonde Falklands-
eilanden.
2. Afrikaansche (6523 □ m. met % mill. inw.).
a. Op de Westkust bevordert eene reeks van nederzettingen
in Guinea en Senegambia den Britschen handel met het bin-
nenland van Afrika. Midden in den Oceaan dienen de afzonder-
lijk gelegen eilanden Ascens ion en St. Helena (zie bl. 185) tot
ververschingsplaatsen voor de vaart op de Oost-Indië; insgelijks
b. op de zuidkust het Kaapland en de kolonie Natal (zie
bl. 161), en eindelijk
c. op de oostkust het eiland Mauritius en de beide groe-
pen der Amiranten en Seychellen (zie bl. 77).
3. In Azië bestonden de onmiddellijke bezittingen der kroon
tot in 1858 alleen uit het eiland Ceylon (ziebl. 90), Hongkong,
op de Chinesche kust (zie bl. 73) eu Laboan bij Borneo. Maar se-
dert is ook de heerschappij over het magtigste rijk van Azië, het
Indo-Britsche, bestaande uit bijna geheel Voor-Indië en een
aanzienlijk gedeelte van Achter-Indië (zie bl. 45), uit de handen
der voormalige Engelsche Oost-Indische Kompagnie in die der ko-