Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
458 ENGELAND. § 66.
eene door verscheidene grondwetten (de oudste is de magna charta
libertatum van het jaar 1214) beperkte monarchie, waarin
de koning de uitvoerende magt eu het regt van toezigt op alle
kerkelijke aangelegenheden heeft, maar de wetgevende magt
deelt met het parlement (Hooger- en Lagerhuis) en in alle flnantiële
zaken van de toestemming van het Lagerhuis afhankelijk is.
De erfopvolging is niet door de zoogenaamde Salische wet
beperkt tot de mannelijke linie, en gaat niet van eene nadere
op eene verdere linie over, dan bij ontstentenis van mannelijke en
vrouwelijke afstammelingen in de eerste. Wanneer eene vrouw den
troon beklimt, kan de gemaal der koningin eerst den titel eu de
eer van koning verkrijgen, als het parlement een daarvoor door de
koningin uitgevaardigd dekreet heeft bekrachtigd.
Het parlement bestaat uit a. het hooger-huis ol house of
lords, waartoe behooren: de prinsen van den bloede, de geestelijke
en wereldlijke pairs, die deels door erfregt, deels (de Schotsche
en lersche pairs) door keuze, deels ten gevolge hunner bediening
zitting en stem hebben en b. het lagerhuis of house of commons,
overeenkomstig de reformbill van 1832 zamengesteld uit (558 voor
7 jaar) gekozen afgevaardigden der graafschappen, universiteiten,
steden en vlekken. In het hoogerhuis is de lord Groot-Kanselier,
in het lagerhuis de gekozen „spreker" de voorzitter.
De vereenigde koningrijken zijn voor het bestuur verdeeld in
graafschappen (Engeland in 40, Wales iu 12, Schotland in
31 shires, lerlaud in 32 comities).
Topographie.
I. ENGELAND.
1. Eigenlijk Engeland bestaat uiteen deel, waar men zich
bezig houdt met landbouw, een ander, waar de inwoners hun
bestaan vinden in nijverheid; het eerste, de grootste helft, be-
vat het oosten en zuidoosten; het tweede het westen en noorden,
gedeeltelijk ook het noordoosten des land. Het eerste heeft zijne
wegens de lage kusten en vlakten toegankelijkste zijde naar het
vastland der oude wereld gekeerd en bevat, behalve de onmetelijke
hoofdstad, de zetels der wetenschap (uuiversiteiten en hoogere scho-
len) , de kathedraal-steden van de rijke inkomsten genietende gees-
telijkheid, de statige kasteden van den hoogen adel met hunne
rijke kunstverzamelingen, door wijd uitgestrekte parks omgeven,
talrijke bescheidene, maar liefelijke landgoederen der kleinere eige-
naren, de zindelijke dorpen der landbouwende bevolking, eindelijk