Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
GODSDIENST EN BESCHAMNG. § 66. 455
b. De bewoners vau Germaansclien oorsprong zijn deels:
aa. Saksen, die van de 5—11de eeuw Engeland en een deel
van Schotland met Germaansche elementen bezet hebben;
bh. deels Noormannen, die gedurende hun verblijf in Frank-
rijk de Fransche taal hadden aangenomen, en na de verovering van
Engeland (1066) wel is waar te vergeefs beproefden de Duitsche
taal te onderdrukken, maar er toch een vreemdsoortig element in
bragten. Uit de vereeniging dezer beide tegen elkander inwerkende
■elementen is door verloop vau tijd de eigenaardigheid vau het En-
gelsche leven voortgekomen.
Ook de Engelsche taal is ontstaan uit eene vermenging der twee
edelste talen van het latere Europa, de Germaansche en Romaansche,
waarhij de eerste den aanschouwelijken grondslag gaf en de andere de be-
grippen van den geest voegde. Door het 'wegvallen van bijna alle buigin-
gen en door een grooten overvloed van middentoonen, heeft zij eene won-
derbare kracht van uitdrukking ontvangen. Met voorbeeldelooze snelheid
heeft zij zich over de kusten en eilandeu, zoo van den Atlantischen als
van den Stillen oceaan uitgestrekt. Daarom kan zij met het volste regt
eene wereldtaal genoemd worden.
3. Met betrekking tot de godsdienst behoort] het grootste
gedeelte van Eugelands bevolking tot de ang li kaan sche of
episcopaalsche kerk, die tevens hier en in Ierland de staats-
kerk is; in Schotland is de presbyteriaansche de kerk van
het land; in Ierland behoort de meerderheid (ongeveer %) der be-
volkingtotde roomsch-katholieke kerk, de overigen ziju pres-
byterianen en andere protestanten. Onder den algemeenen naam
van dissenters wordende leden van die christelijke godsdienst-
vereenigingen begrepen, die tot eene andere dan de staatskerk
behooren; daarvan vindt men in Groot-Brittanje in 't geheel ongeveer
36 verschillende sekten: Methodisten, Independenten, Kwakers,
Moravische broeders. Mennonieten, Wederdoopers, enz.
4. De digte bevolking, vooral van Engeland, vindt haar mid-
del van bestaan in het zoo veel mogelijk partij trekken
van den rijkdom, die zoo op als in den schoot der aarde ver-
borgen ligt en welks ontginning hooger gestegen is dan in
eenig ander land. In weerwil van de uitmuntende bebouwing
des lands voldoet de opbrengst van den landbouw in den regel
niet aan de sterke behoefte; de veeteelt (vooral van paarden,
rundvee, schapen) overtreft in 't algemeen den gunstigsten toe-
stand van andere landen, daar weilanden en grasrijke streken bij
den vochtigen dampkring in de weelderigste volheid prijken; de