Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
452 WATEEEN VAN GKOOT-BEITTANJE. § 66.
rigting van 't zuidwesten naar 't noordoosten) en het Caledonisehe
kanaal, hetwelk deze verbindt en voor de grootste sehepen bevaar-
baar is, in twee helften gesplitst wordt: Noord-Schotland en Mid-
den-Schotland. De Schotsche bergen bedekken de geheele breedte
des schiereilands van de eene zee tot de andere. Maar ook hier
liggen de aanzienlijkste verhevenheden digter bij de westkust en
hebben hare voortzetting op de hier tegenoverliggende kusteilan-
den, terwijl naar 't oosten de ketenen steeds meer in hoogte afne-
men en gedeeltelijk nog de oostkust bereiken, ofschoon zonder
fjorden-vorming (gelijk in 't westen), maar gedeeltelijk (vooral vlak
in 't noordoosten) in heuvelland en vlakten uitloopen. Ook in
Schotland treft men, zoo in een historisch als physisch opzigt, de
zelfde tegenstelling aan tusschen het zuidoosten en noordwesten;
de vlakke streken van het zuidoosten (de lowlands) zijn door vreem-
de veroveraars (de Romeinen en Saksen) gewapenderhand bemag-
tigd, de hooglanden in 't noordwesten bleVen, even als Wales, on-
veroverd, en waarschijnlijk onaangeroerd.
In Ierland is de vorm van laagland nog meer overwegend
dan in Engeland; vooral heeft het binnenland niets dan vlakten
en weinig beteekenende heuvels met aanzienlijke landmeren; op
de kusten integendeel, hoofdzakelijk in 't westen en in 't zuid-
westen, weinig zamenhangende bergmassa's, die in hoogte voor
de Engelsche en nog meer voor de Schotsche gebergten moe-
ten onderdoen, en daarom ook bijna tot aau de toppen be-
bouwd zijn.
Wateren.
Dewijl de bergen in Engeland vooral op de westzijde liggen,
hebben alleen de rivieren, die op de oostzijde daarvan ontsprin-
gen, een längeren loop, en stroomen naar de Noordzee, zoo als:
de Theems, Trent, Tyne; de Severn loopt wel op de
westzijde uit in het kanaal van Bristol, maar ook zij ontspringt
op de oostelijke helling (der gebergten van Wales). De voor-
naamste rivieren van Schotland en Ierland: de Clyde en
de Shannon loopen naar 't westen, maar ontspringen ook
niet op een der kustgebergten.
De rivieren van Groot-Brittanje (de Theems zelfs) hebben, bij
de geringe verhevenheid van het midden des lands, slechts eeu