Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE GEOOTE (OF STILLE) OCEAAN. § 8. 29
noch op de westzijde een haven aanbiedt, die men zonder vrees zou
kunnen naderen.
Ook de Perzische golf is op de eene, en wel op de westzijde,
vol ondiepten en zandbanken, op de andere vol klippen. Met nog groo-
tere gevaren dan in de Arabische goif zou hier de scheepvaart bedreigd
worden, omdat er nog dikwerf hevige stormen bijkomen, indien geen
veilige havens op de Ara])ische zijde een tocvlugtsoord verschaften. De
parelvisscherij is het voornaamste middel van bestaan voor de kustbewo-
ners.
3. De golf van Bengalen is eene kegelvormige insnij-
ding der zee, en scheidt Voor- en Achter-Indië. Onder alle
bekkens van den Indischen oceaan heeft zij het minst de ge-
daante van eene afgesloten binnenzee. Zij onderscheidt zich bo-
vendien nog van de andere bekkens door de groote hoeveel-
heid zoet water, die zij van alle kontinentale zijden ontvangt;
in dit opzigt is zij het grootste kontrast met de Arabische golf,
die volstrekt geen rivieren opneemt.
De westkust of de kust van Koromandel is door het uit de mon-
den van den Ganges aangespoelde slib eene der gevaarlijkste ge-
worden, zoodat er bijna geen havens zijn; de oostkust heeft eene
aanmerkelijke insnijding in de golf van Pegu (of Martaban),
die naar den kant van de Bengaalsehe golf door twee groepen
eilanden wordt afgesloten. Uit deze komt men door de straat
van Malakka (tusschen het gelijknamig schiereiland en Sumatra)
in de Soenda-zee.
DE GROOTE (OF STILLE) OCEAAN.
De Groote oceaan, die onder allen het meest het karakter
van eene wereldzee bezit, heeft van 't noorden naar 't zuiden
naauwkeurig de zelfde uitgestrektheid (2000 mijl) als de Atlan-
tische, daar hij, even als deze, door de poolcirkels begrensd
wordt. De breedte daarentegen van de oostkust van Azië en
Nieuw-Holland tot aan de westkust van Amerika is meer dan
het dubbele van den (hoogstens 950 mijl breeden) Atlantischen
oceaan en bedraagt onder den evenaar % van den omtrek der
aarde (2250 mijl). De vlakte-inhoud (3/^ mill. □ mijlen) gaat