Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
450 VERTIK. VORM VAN GROOTBRITTANJE. § 66.
VDldige isthmische versmalling door van beide zijden
diep indringende golven, en wel tweemaal in Engeland en even
zoo dikwijls, doeh veel sterker, in Sebotland.
De insnijdingen der zee zijn het aanzienlijkst op de naar den
oceaan gekeerde westzijde, waar de bergen geene zoo gelijkmatige
uitspoeling veroorloofden als aan de vlakke oostkust. Door zulke in-
dringende golven en vooruitspringende schiereilanden is de west-
zijde van Engeland in drie gebieden gesplitst. De zelfde geleding
herhaalt zich op de oostkust door verwijde riviermondingen en
twee, ofschoon kleinere en minder sterk uitspringende schiereilanden
(Kent, OostrAngelen), die met een sterken boog zijn afgerond. In
noordelijk Schotland, waar de bergen van de eene zee tot de
andere reiken, heeft men ook op de oostzijde even diepe insnijdin-
gen der zee. Omdat zij er van beide kanten tweemaal binnendringt
(met welke golven?) heeft Schotland insgelijks eene natuurlijke ge-
leding in drie schiereiland-vormige stukken, die hier, gelijk in
Griekenland de zelfde tweemaal zich voordoende isthmische ver-
smalling, tot grondslag strekt voor de staatkundige indeeling in
Zuid-, Midden- en Noord-Schotland. Ook Ierland heeft op de naar
den oceaan gekeerde westzijde de Qordenvorming, maar niet op de
naar eene binnenzee toegekeerde zijde (de lersche zee).
Eilanden heeft men hier, gelijk op de kusten van Grie-
kenland, in menigte en soms in groepen, maar — behalve het
eiland Wight op de zuidkust — alleen op de noord- en west-
zijde van Schotland, en tusschen Engeland en Ierland (de voor-
naamste op de kaart aanwijzen!); daarentegen heeft de oost-
zijde van Brittanje en de westzijde van Ierland geen eiland van
belang. De Normandische eilanden, het overblijfsel der voor-
malige Engelsche bezittingen in Frankrijk, zijn door Engeland
in een politiek opzigt van het vasteland afgerukt, waarbij zij
naar de natuur behoorden.
Vertikale vorm. Terwijl de horizontale vorm veel heeft
van dien van Griekenland, is de vertikale bouw in beide landen
geheel verschillend. Hier is geen bergknoop in het binnenland,
vanwaar parallelketens uitgaan om hooggelegene dalketels en klei-
ne tafellanden in te sluiten, zoo als in Griekenland: maar de geberg-
ten liggen hoofdzakelijk in het westen en nemen in de rigting