Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
mgg. en eokizont. vorm van uroot-britt. § 66. 449
heeft het Britsche volk de physische kracht met alle kunsten der
beschaving weten te vereenigen. Terwijl het van zijn klein gebied
uit zich over onmetelijke landen de heerschappij heeft verworven,
verheft het zich ook door vreedzaam stroven in den landbouw, de
nijverheid, den handel, in letterkunde en wetenschap, iu huiselijke
zeden en zuivere vaderlandsliefde, en vereenigt de grootste mate van
konstitutionele en persoonlijke vrijheid met de sterkste gehechtheid
aan wettelijke orde. Geen wonder dus, wanneer het trotsche zelf-
gevoel een grondtrek is in het volkskarakter van den Brit, dat te-
genover den buitenlander scherp en sterk afgescheiden overstaat.
Ligging.
Groot-Brittanje ligt wel in den oceaan, maar het groostte,
rijkste en toegankelijkste deel (de oost- en zuidkust) is naar het
vasteland gekeerd en hiervan enkel door kleinere gedeelten der
zee (Noordzee, Kanaal) gescheiden; de derde zijde (de west-
kust), gedeeltelijk bezet met woeste bergen, is naar den oceaan
gekeerd, maar heeft in Ierland een oceanisch voorland.
Daarom zijn ook de oost- en zuidzijde de eerst bebouwde stre-
ken van Groot-Brittanje; elk dezer kusten heeft twee maal hare be-
volking over de tusschenzee van het tegenoverliggend kontinent
gekregen; de oostkust over de Noordzee (welke door Brittanje tot
eene binnenzee wordt afgesloten) de Angeleu en Saksen, later de
Denen. In het westen van Engeland en in het noordwesten van
Schotland, alsmede op het lersche voorland, vonden de Celten eene
wijkplaats voor de Romeinen en Saksen.
Vergeleken met andere Europesche landen, heeft Groot-Brit-
tanje, ofschoon tot noordwestelijk Europa behoorende, eene
zoo zuidelijke ligging, dat ziju noordelijkst einde met de zuid-
punt van Noorwegen, en zijn noordwestpunt met het midden
van Duitschland (den Main) onder de zelfde parallel ligt.
Horizontale vorm.
Het karakteristieke van den horizontalen vorm is bij dit
noordwestelijk deel van Europa, even als bij het zuidoostelijk-
ste, in het algemeen eene aanzienlijke kustontwikke-
ling, eene menigte van veilige bogten en goede havens,
eene rijke eilandvorming,maar in het bijzonder eene veel-