Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
448 GROOT-BKIITAKJE. § 66.
inw.) zijn Deensch. Het zuidelijke en grootste (St. Croix) heeft bui-
tengewoon rijke suikerplantaadjes, terwijl het middenste (St. Thomas)
door zijne veilige en goede haven tot stapelplaats geworden is voor
een groot gedeelte van het verkeer tusschen West-Iudië en Europa.
§ 66.
GROOT-BRITTANJE.
Wereldstand 1).
Groot-Brittanje is de noordwestelijkste staat van Europa, en
heeft zich in alle opzigten het onafhankelijkst ontwikkeld en gevormd;
naast Japan is het de eenige aanzienlijke eilandenstaat op aarde. Ter-
wijl in den regel de eilanden staatkundig afhankelijk zijn van de nabu-
rige kontinenten, heeft Groot-Brittanje sedert den ondergang der Ro-
meinsche heerschappij niet alleen zijne onafhankelijkheid van het
vastland behouden, maar zelfs andere eüanden (in Europa: Helgo-
land, de Normandische eüanden, de Malta-groep) aan hunne natuur-
lijke verbinding met het vastland ontrukt en aan zich onderworpen.
Nooit heeft eene natie zich op zulk eene wijze den oceaan dienstbaar
gemaakt, met groote scherpzigtigheid schijnbaar onbeduidende pun-
ten in en aan den oceaan, ja zelfs in binnenzeeën (welke zijn de
eerstgenoemde, welke de laatste op het vastland van Zuid-Europa?)
tot belangrijke plaatsen, zoo iu het staatkundige als voor den han-
del, weten te verheffen; geen natie heeft zoo vele zeetogten, met
zoo veel geluk, zoo voor de staatkunde als voor den handel, en in
het belang der wetenschap ten uitvoer gebragt als de Britsche. Het
gevolg daarvan was, dat Groot-Brittanje ten laatste alle kontinen-
taal-staten in de uitoefening en heerschappij van het wereldver-
keer overvleugelde en dat het vooral het problema opvatte en op-
loste om door ontdekkingen, veroveringen, koloniën en handel
Europesche beschaving in alle overige werelddeelen te verspreiden.
Toen nu in de 2de helft der vorige eeuw de heerschappij ter zee
naauwelijks betwist werd, begon het tweede tijdperk der ontwik-
keling: de verbinding der grootheid op den oceaan met die
op industriëel gebied, tengevolge van het algemeen gebruik
der steenkolen bij het ijzersmelten en de uitvinding der stoom-
machinen. Voortaan was Groot-Brittanje de voornaamste stapel-
plaats en grootste fabriek, niet aUeen voor Europa, maar voor aUe
landen der aarde. — Meer dan eenige andere koloniaal-mogendheid
1) Zie W. Pätz, Charakteristiken zur vergl. Erd- und Völkerkunde.