Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEENSCHE BUITENL. BEZITTINGEN. § 65. 447
begunstigd worden) en de vangst van wilde vogels, want de graan-
bouw heeft geheel opgehouden, nadat het klimaat door het kappen
der wouden, die „eertijds een warme mantel voor het eiland wa-
ren", ruwer en ongastvrijer werd.
III. De buitenlandsche bezittingen.
1. De Deensche nederzettingen op de westkust van Groen-
land (10000 inw. op 186 □ mijlen) zijn ontstaan door een Noor-
weegschen geestelijke, die (1721) met zijne familie en eenige anderen
derwaarts trok om aan de Eskimo's het evangelie te verkondigen.
Groenland (misschien geen vastland, maar eeue door ijsmassa's
tot een geheel verbonden eilandengroep?) strekt-zich wel met eene
zuidelijke punt in de gematigde luchtstreek uit, maar heeft een veel
strenger klimaat dan IJsland en Noorwegen, omdat de poolstroo-
ming uit het oosten ijsbergen aanvoert, vooral in den zomertijd,
en omdat onmiddellijk aan de kust het land zich tot eene hoogte
van 2000—3000' (dus in het sneeuwgewest) verheft. Het binnen-
land is eeu geheel onder het ijs begraven, onbewoond en ontoegan-
kelijk plateaa, vanwaar ijsstroomen zich naar de kusten bewegen.
Deze brengen die verbazende kolossen ijs in de Poolzee, die tot
200' boven de oppervlakte der zee uitsteken, doch, op het land ge-
bragt, bergen zouden vormen van meer dan 2000' hoog. De Euro-
pesche nederzettingen liggen meestal op de kleine eilanden aan
de westkust De E s k i m o's, die, naar men zegt, tot aan het noor-
delijk einde der Baffinsbaai wonen (tot 78° noorder breedte), leven
van het vleesch der zeehonden, met welker vellen zij hunne schuiten
en huizen dekken en welker vet (traan) hun licht en warmte geeft.
Slechts middellijk (door de jagt op rendieren) levert de bodem, die
behalve tot op eenige duimen diepte, bevroren is of uit rotsachtigen
grond bestaat, eene bijdrage ('/,o, ten hoogste '/s) tot onderhoud
en kleeding der bewoners. De groote hoeveelheid vet, waardoor de
zeehonden tegen de koude van het water beschermd worden, lokte
reeds vroegtijdig de Europesche zeevaarders nit tot het gevaarlijk
ste waagstuk ter zee, de walvischvangst, en een der meest winst-
gevende takken van bedrijf op den oceaan wordt juist in de ui-
terste en ontoegankelijkste deelen daarvan uitgeoefend, omdat zij
het rijkst zijn in dierlijk leven. De handel met Groeidand is in
handen der Denen en geeft meer winsten dan die met de Deensche
bijlanden. Ook heeft men reeds proeven genomen om de mijnen te
ontginnen.
2. De drie noord we ste 1 ij k ste der kleine Antillen
(St. Croii, St Thomas, St Jan, te zamen 6 □ mijlen met 40000