Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
TOPOGRAPHIE VAN DENEMARKEN. § 65. 445
vlagt genomen, het hooger onderwijs nogtans volgt zoo wel
in de middelbare scholen, als hoofdzakelijk op de Deensche uni-
versiteit van Kopenhagen bij voorkeur eene rigting, die de prakti-
sche behoefte op het oog heeft. De ïïolsteinsche universiteit te
Kiel behoort tot de elf Duitsche protestantsche hoogescholen.
De staatsregeling is beperkt monarchaal; de rijksdag be-
staat uit den landsthing (eerste kamer) en den volksthing
(tweede kamer). In 1852 kregen Sleeswijk en Holstein met Lanen-
burg twee afzonderlijke ministeriën, tot wier werking nogtans alleen
justitie, policie, kerk- en schoolwezen, direkte belastingen, domei-
nen en gebouwen behooren. Voor de gemeenschappelijke aangele-
genheden der geheele monarchie werd in 1855 een rijksraad ia-
gesteld, welks goedkeuring noodig is voor belasting eu leeningen, die
voor het geheele land verbindend zouden zijn. Zij werd echter in 1858
voor de hertogdommen weder opgeheveu. Dit, gevoegd bij den dood des
kouings in 1863, deed den oorlog uitbarsten, zoo dat de hertogdommen
Sleeswijk, Holstein en Laueuburg van de geheele monarchie afge-
scheurdziju,wier staatkundige toestand op nieuw moet geregeld worden.
Topo graphic.
1. Het koningrijk Denemarken bestaat uit ß. de eilanden
Seeland (en Möen) met de hoofdstad Kopenhage n (155000 in-
woners) en Helsingör (Elseneur), beide versterkte havensteden;
in het binnenland Roeskilde of Rothschild (krooningskerk);
b. het eiland Bornhplm; c, de eilanden Funen (met de stad
Odense) en Langeland; d. de eilanden Laaland en Falster;
e. Noord-Jutland (met Aalborg, Aarhuis, Fredericia).
2. Het hertogdom Sleeswijk (waartoe ook het eiland Alseu
behoort) met de steden Sleeswijk eu Flensburg (20000 inw.),
alsmede Eckemförde, Husum, Apeurade,
3. De hertogdommen Holstein en Lauenburg; het eer-
ste bevat de grootere steden: Altona (45000 inwoners) aan de
Elbe, als't ware eene voortzetting van Hamburg, Kiel (havenen
universiteit), Rendsburg, vesting aan de Eider, en de kleine
vrijhaven Gluckstadt aan de Elbe. Het ten zuidoosten aan Hol-
stein grenzende hertogdom Lauenburg draagt deu naam naar
de kleine hoofdstad. Het stadje Ratzeburg, opeen eilandje in
het meer van dien naam, is tusscheu Denemarken en Meckleuburg-
Strelitz verdeeld.
IL De Europesche bijlanden.
1. De Far-Oeër (d.i. Schapen-eilanden; Oee = eiland