Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
iié DENEMARKEN. § 65.
I. Het Deensche hoofdland.
De horizontale vorm van liet hoofdland (het eigenlijke
koningrijk met de drie hertogdommen) biedt veel verscheiden-
heid aan en is door vele golven, waarvan sommige uitmuntende
havens vormen, van zulk eene onregelmatige gedaante, dat De-
nemarken zoowel in kustontvvikkeling als in eilandenvorming
de beide andere Skandinavische rijken verre overtreft. Daarente-
gen biedt de vertikale gesteldheid de grootste eenvor-
migheid aan, daar èn het vastland èn de eilanden tot de groote
Noord-Europesche laagvlakte behooren, die alleen eenige af-
wisseling heeft op de oostzijde van Jutland en op de naburige
eilanden, door eene voortzetting van den landing (550' hoog),
welke om de Oostzee heenloopt eu in de smalle landtong, kaap
Skagen (Skagenshorn), het Gibraltar van het noorden, uitloopt.
De kustrivier de Eider, die in de Noordzee uitloopt en tevens
tot grensrivier van Duitschland dient, is door een kanaal ook
met de Oostzee verbonden, zoodat Jutland en Sleeswijk een
eiland vormen.
De bevolking van alle landen, die tot Denemarken be-
hooren, bedraagt 2y^ mill. 1); de Deensche hoofdlanden heb-
ben ongeveer de zelfde digtheid van bevolking (2400 op 1 Q
mijl) als de Noord-Duitsche naburige landen.
Volgens afstamming zijn % der inwoners Denen, 1/3 Duit-
schers (de geheele bevolking van Holstein en Lauenburg, een ge-
deelte der bewoners van Sleeswijk en Zuid-Jutland). De luther-
sehe godsdienst is hier even overwegend als in de beide andere
Skandinavische rijken; maar de andere christelijke belijdenissen ge-
nieten vrije godsdienstoefening. Akkerbouw (vooral op den we-
ligen marschgrond der Duitsche hertogdommen), scheepvaa rt
en reederij maken de hoofdbronnen van bestaan uit; de
industrie is wegens gebrek aan inlandsche grondstoffen slechts
in de hoofdstad eenigermate tot ontwikkeling gekomen, terwijl de
handel in de provincie-steden bloeit. Het lager onderwijs
heeft ook hier sedert het begin dezer eeuw eene zeer verblijdende
1) Dc Deensche staatsalmanak schat de bevolking op den 1 Febr.
1860 op 2 721000 zielen.