Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
4é2 TOPOGKAPHIE VAN ZWEDEN. § 64.
laud. De industrie is, behalve de mijnen, nog vanzoo weinig betee-
kenis, dat zij niet eens voorziet in de behoefte der schrale bevolking.
De geest-beschaving is in weerwil van velerlei hinderpalen,
die haar de verspreidheid der geringe bevolking (meer door dagreizen
lange wouden dan door bergen), het gebrek aan middelen van gemeen-
schap, de moeijelijkheid om in de eerste physische behoeften te
voorzien, in den weg legden, tot eene verblijdende hoogte geklom-
men. Zeer eigendommelijk is de inrigting van het volksonderwijs
op het land door rondtrekkende onderwijzers. Voor hoogere vorming
bestaan er talrijke middelbare scholen, en verder de Zweedsche uni-
versiteiten te Upsala en Lund, de Noorweegsche te Christiania.
De Staatsregeling is wel in beide rijken beperkt monarchaal,
maar toch wezenlijk verschillend. Zweden is eene stenden-monar-
chie, de rijksdag bestaat naar de vier standen, adel, geestelijkheid,
burgers en boeren, uit even zoo veel kamers; daarentegen kent men
in Noorwegen geene splitsing der bevolking in standen; de Noorweeg-
sche rijksdag (Storthing) bestaat uit de door het volk gekozen afgevaar-
digden en heeft veel meer bevoegdheid dan de Zweedsche. Sleehts
het gemeenschappelijke opperhoofd maakt beide rijken tot eengehecL
Verdeeling en topographic.
I. Zweden bestaat uit drie deelen: Gothland, Swealand
en Norland, waarvan de twee eerste de bebouwde en tamelijk
bevolkte helft des lands uitmaken; het derde is die noordelijke helft,
waar men bijna geen menschen vindt.
a. Gothland, het zuidelijke en meest bevolkte deel, bevat in
't westen de tweede stad van Zweden, Göteborg of Gothen-
burg (38 500 inw.), niet ver van het Kattegat en den mond der
Göta-Elf. In 't zuiden (in Schonen), waar het klimaat zachter is dan
in noordelijk Duitsehland en op den aangeslibden grond de land-
bouw allerwege verspreid is, zijn de steden het digtst zaamgedron-
gen: Luud, zetel van den aartsbisschop en de tweede rijks-uni-
versiteit, de havensteden Karls kr O na (16 000 inw.), IJstad (ge-
regelde overvaart naar Straalsuud en Lübeck) en Malmö (20000
inw.) aandeSond, tegenover Kopenhagen; in't oosten Kalmar,
waarvoor het eiland Oeland ligt, dat eens de hansestad Wisby,
de tweede (na Lübeck) handelsplaats van het noorden, droeg.
h. Het eigenlijke Zweden (Swealand), of het middenste
deel, bevat de hoofdstad Stockholm (117000 inw.) op de eilan-
den aan de afwatering van het Malar-meer, aan welks noordelijkste
bogt de universiteit Upsala ligt, even als aan de westelijke Wes-
te r ä s. Ten noordwesten van het Malar-meer ligt de streek der