Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
28 DEELEN VAN DEN INDISCHEN OCEAAN. § 7.
uitgestrekte, vooral door drie groote golven verlengde kuststreek
met het overige gedeelte der aarde.
In het noordelijk deel van den Indischen oceaan wisselen de
stroomingen elk half jaar (van April tot October en van October tot
April) hare rigting naar de moessons, en wel ten noorden van den
evenaar óf naar het noordoosten bf naar het zuidwesten, zuidelijk
van den evenaar daarentegen bf naar het zuidoosten of naar het
zuidwesten. In het meer zuidelijke deel (van 10^ zuider breedte af)
heerscht eene bestendige strooming van het warme water in dezen
oceaan naar het zuidwesten in de rigting van Afrika, door welks
oostkust zij naar het zuiden in het kanaal van Mozambique wordt
gedrongen en om de kaap de Goede Hoop (als Kaapstroom) in den
Atlantischen oceaan valt.
Deelen van den Indischen oceaan,
1. Het lange en breede kanaal van Mozambique
tusschen de kust van Mozambique (Oost-Afrika) en het groote
eiland Madagaskar.
2. De Arabisch e zee (vroeger Erythreische) tusschen
de zuid- en zuidoostkust van Arabië en de westkust van Yoor-
Indië m^t (de golf van Aden) de langgestrekte (330 mijl lange),
maar smalle (30 mijl breed) Arabische golf of Roode
zee en de zakvormige Perzische golf. De straat van Bab-
el-Mandeb is de naauwe ingang tot de eerste, die van Ormus
tot de tweede. Dit noordwestelijk bekken van den Indischen
oceaan reikt door zijne beide binnenzeeën het verst naar het
noorden, maar moet in rijkdom van kustontwikkeling bij het
oostelijk bekken (zie 3) onder doen.
Inde Roode zee wordt de scheepvaart gevaarlijk: op de oostzijde
door ondiepte en de menigte banken, die voortdurend gevormd worden
door het stuifzand der woestijn; op de westzijde door de steile kusten
en de talrijke klippen. Het noorder deel van deze zee is vol koraalriffen,
die men bij geheel stil water tot op eene diepte van 70'—90' onder
de oppervlakte ia de meest verschillende kleuren en gedaanten ontdekt;
het is alsof men bloemen, boomen, bosschen met de schoonste edelge-
steenten bezaaid ziet; doch plukt men ze, dan heeft men enkel dieren,
die buiten het zeewater dadelijk sterven. Deze koraalvorming bemoeije-
lijkt den toegang tot het land, dat over het algemeen noch op de oost