Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
BEVOLKING EN GODSDIENST VAN SKANDINiVië. § 64. 441
Be V olk i ng.
De ligging van het schiereiland in de poolstreken, de groote
uitgestrektheid der watervlakten en de onvruchtbare natuur
van het hooggebergte heeft voor de bebouwing en de vestiging
van den mensch slechts eene beperkte ruimte overgelaten en
deze, vooral in Noorwegen, bijna alleen in de kuststreken mo-
gelijk gemaakt. Uit dien hoofde heeft geen Europesche staat,
Rusland zelfs niet uitgezonderd, eene zoo schrale bevolking,
die in Zweden (bijna 3'/^, mill. op 8000 □ m.) slechts 481, in
Noorwegen (1 mill. op 5300 nm.) 260 op de Qj mijl bedraagt.
Het sterkste bevolkt zijn natuurlijk de zuidelijke kuststreken van
Zweden en Noorwegen; het geringste het hooggebergteland, zoowel
wegens de noordelijke ligging, als wegens het volkomen gebrek aau
diep ingesneden lengtedalen, die in de Alpen zulk eene aanzienlijke
bevolking tot zich trekken.
Volgens afstamming behoort het grootste gedeelte der bevol-
king tot den Germaanschen stam en onderscheidt zich naar de taal
in Noren en Zweden, die vele taaieigens hebben, de eersten
in de kuststreken en de grootere steden ook een Deensch dialekt,
het zoogenaamde Nieuw-Noorweegsch (Norske). De oudste oorspron-
kelijke inwoners, Finnen en Lappen, twee takken der Tschudi-
sche familie, werden door die Gothische vreemdelingen naar het kust-
land en de sneeuwvelden van het noorden terug gedrongen, en zijn nog
onbeschaafde herders- (rendierherders) eh visschersvolken, naauwelijks
een weinig beschaafde christenen.
De luthersche godsdienst is (thans ook onder de vroeger
heidensche Lappen) de algemeen heerschende. Het gering getal
katholieken en joden geniet geene burgerschapsregten.
Ofschoon een zeer aanzieidijk deel der oppervlakte niet voor den
landbouw geschikt is en Zweden het aanzien heeft van een onafge-
broken woud (y,o van den grond), is toch de akkerbouw de
hoofdbron van bestaan; de veeteelt wordt in de Noorweeg-
sche Alpen gedurende den zeer korten zomer op de zelfde wijs ge-
dreven (bedrijf der Sennen) als op de Zwitsersche en Duitsche Al-
pen ; de met duizende gevaren verbonden vischvangst is een lieve-
lingsbedrijf zoo wel van den Noormanschen kustbewoner als vau den
nomadischen Laplander, en legt tevens, gelijk de jagt op pelsdieren
en de bewerking vau koper- en ijzermijnen (op beide oevers der Dal-
Elf) den grondslag voor een aanzienlijken handel met het buiten-
PÜTZ, VEROrX. AARDK. 29