Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
438 GEOGK. STELLING. LIGGING EN HORIZONT. VORM. § 64.
E. NOORDWEST-EUROPA.
§ 64.
ZWEDEN EN NOORWEGEN.
Geographische stelling.
Skandinavië behoort tot de oceanische zijde van Europa, en eens
waren de Skandinaviers (Noormannen) de ondernemendste, meest
gevreesde zeevaarders, die op kleine vaartuigen alle kusten van weste-
lijk Europa gingen uitplunderen, Engeland, Normandië en Beneden-
Italië veroverden en zelfs van Groenland uit Amerika meer dan vijf
eeuwen vroeger ontdekten dan Columbus. Ook later maakte het nog een
voorname schakel uit in de keten der Hanse-nederzettingen. Daarente-
gen heeft dit rijk, dat zijne voor de bebouwing minst geschikte zijde
naar den oceaan gekeerd heeft, minder dan een der oceaan-staten van
Europa deel genomen in het wereldverkeer, het ontdekken van lan-
den en het vestigen van volkplantingen. Terwijl de groote leden van
Zuid-Europa aan drie zijden digt bij gelegene kusten hebben, ge-
deeltelijk in andere werelddeelen, gedeeltelijk onderling, steekt
Skandinavië met twee kanten in de woeste IJszee uit.
Ligging en horizontalen vorm.
Het Skandinavische schiereiland maakt de Oostzee, door haar
van den Oceaan en van de Noordzee te scheiden, tot eene bin-
nenzee, en heeft daarom, even als het Iberische, eene oceani-
sche en eene maritime zijde. Het strekt zich, even als het
Italiaansche, in de rigting van 't noorden naar 't zuiden uit en
ontleent, even als dit, zijne horizontale gedaante aan eene lange
meridiaanbergketen, en wordt in 't zuiden, even als het Itali-
aansche, door eene diep insnijdende golf (welke?) in twee on-
gelijke, kleinere schiereilanden verdeeld. In 't noordoosten is het
verbonden met het vastland van Europa, zonder dat evenwel
deze verbinding vnn eenige beteekenis voor de beschaving
is geweest. In lengte (240 mijlen) overtreft het alle schierei-
landen van ons werelddeel en strekt zich door meer zonen uit
dan eenig ander Europeesch land, behalve Rusland; de breedte
is zeer ongelijk (in 't zuiden slechts 40, in 't noorden 50 en
in 't midden 90 mijlen), in vlakte-inhoud (bijna 14 000 □ m.)
overtreft het alle Europesche landen, behalve Rusland. Wat