Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
424 dsiepeh. Dniester. § 63.
loop door een steppenvormig tafelland, nadert door eene oostelijke
kromming de Wolga tot op een afstand van 8 mijlen en gaat in
zijn tragen loop, met naauw merkbaar verval, over een bijna hori-
zontalen bodem in het moerasvormige meerbekken der Azofsche zee,
die steeds meer aangevuld wordt met het door de rivier afgezette puin
en daarom alleen bevaarbaar is voor schepen van weinig diepgang.
2. De Dnieper, de derde stroom van Europa, ontspringt niet
ver van de Wolga en de Duna aan de zuidelijke helling van het
Wolchonskiwoud. Reeds in zijn korten bovenloop langs den Noord-
Russisehen landrug (tot Smolensk) bevaarbaar, stroomt hij in zijne
hoofdrigting parallel met den Don, breekt, door rijke neven- en
zijrivieren (waaronder de Desna, en de historisch merkwaardige
Beresina) versterkt, in eene oostelijke rigting, even als de Don,
met (13) watervallen (de zoogen. Porogi) en gevaarlijke maalstroo-
men beneden Kiew door de grauietvlakte van den zuidelijken land-
rug, en valt, evenals de Don, in een ondiepen, voor de scheep-
vaart zeer lastigen (in den zomer maar 6—7' diepen) liman, die
ook de Bug opneemt. De Dnieper staat door zijrivieren, waaruit
kanalen naar den Weichsel, de Bug, den Niemen en de Duna
voeren, op vierderlei wijze met de Oostzee in verbinding.
3. De Dniester, de kleinste onder de hier genoemde Oost-
Europesche stroomen, ontspringt op de noordelijke helling der Kar-
pathen, eu volgt in een zeer eentoonigen, maar snellen loop
steeds de zelfde (met de Karpathen parallelle) rigting naar t zuid-
oosten (daarom slecht 20 m. kromming) zonder eene enkele aan-
zienlijke zijrivier (dus een beperkt stroomgebied, %o van dat der
Wolga, en eene geringe watermassa), breekt door de zuidelijke gra-
niet vlakte en valt insgelijks in een ondiepen, maar korten liman.
Over het geheel is hij slechts in de lente bevaarbaar.
III. het gebied der oostzee.
Dit is, wat vlakte-uitgebreidheid betreft, het kleinste (daar-
om hebben de rivieren een betrekkelijk sterk verval) onder
de vier zeegebieden van het Oost-Europesche laagland, maar het
belangrijkste, wegens de gemakkelijke en korte verbinding met
de beschaafde landen van Noordwest-en Midden-Europa. In Rus-
land schijnt nogtans de bevaarbaarheid der rivieren des te moei-
jelijker te zijn, naar mate de zeeën, waarin zij uitioopen, meer
voordeelen aanbieden. Zoo zijn de rivieren der Oostzee op Rus-