Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
OERAL. DON. § 63. 423
1. De Newa, en dus ook met de Oostzee door verscheidene kanalen,
terwijl hare drie bronarmen deels (twee) met het meer Ladoga, deels (een)
met het meer Onega verbonden zijn. Deze drie waterwegen leiden dus van
Petersburg naar Astrakan, uit de Baltische in de Kaspische zee; zie bl. 426.
2. dePoolzee door twee kanalen, die uit twee zijrivieren der Wolga
(Scheksna en Kama) in de twee hoofdarmen voeren, uit welker vereeni-
ging de Dwina ontstaat. Zoo is Archangel met Petersburg en Astrakan
verbonden;
3. de Zwarte Zee door een kanaal tusschen de Oka, de zijrivier der
Wolga, en den Don.
2. De Oeral verdeelt in zijn bovenloop door twee paral-
lel-armen het gelijknamige gebergte in drie ketenen, volgt
dan den zuidelijken voet daarvan en valt eindelijk door de Kas-
pisehe steppe , het land , waardoor de groote volksverhuizingen
van Azië naar Europa haar weg namen, in de Kaspische zee.
Hij heeft slechts eenige beteekenis als versterkte grenslinie tegen
de oostelijke nomaden.
II. HET GEBIED DER ZWARTE ZEE.
De Pontus neemt op eene betrekkelijk kleine ruimte (aan de
noord- en noordwestkust) vier der grootste Europesche stroomen
op, van welke drie alle andere stroomen van Europa, behalve
de Wolga en den Oeral, zoowel in stroomontwikkeling als stroom-
gebied ver overtreffen : den Donau, Dniester, Dnieper,
en Don. De drie laatsten, die tot de Oost-Europesche laag-
vlakte behooren, hebben dit met elkander gemeen, dat zij allen
door het granietplateau van den Zuid-Russischen landrug bre-
ken , en wel de twee grootsten, Don en Dnieper, terwijl zij in
eene oostelijke rigting Azië naderen en zich dan weder in eene
zuidwestelijke rigting naar Europa keeren, en verder, dat zij
uitloopen in eene ondiepe golf, door de Russen „Liman" ge-
noemd , die de scheepvaart zeer bemoeijelijkt. De voornaamste
dezer Limans is de zoogenaamde Zee van Azof (637 Q
m.), die reeds door de ouden met den naam van moeras {Pa-
lus Maeotis) werd bestempeld.
I. De Don ontspringt in een klein, moerassig meer, stroomt in
zijn bovenloop door eene vruchtbare vlakte, breekt in zijn midden-