Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERTIKALE VORM. § 63. 4-10
der zee te zijn geweest, terwijl de Karpathen en de Oeral nog
door de steenzoutbeddingen aan hun voet te kennen geven ,
dat zij er de kusten van geweest zijn. Waar geen zeeën of ber-
gen de grenzen uitmaken, gaat de Sarmatische laagvlakte on-
merkbaar in andere laaglanden over: in *t westen in de Noord-
Duitsche, in *t zuidwesten in de Walachische, in *t zuidoosten
in de Kaspische steppe. De eenvormigheid van deze wijde vlakte
wordt door twee landruggen, die zich (in den vorm van
breede dijken) over de geheele breedte uitstrekken, en door de
Finsche meervlakte afgebroken en verminderd.
Onder de drie grensgebergten der Sarmatische laagvlakte is de
Oeral (d. i. gordel) een lang gerekt, smal meridiaan-gebergte van
middenmatige hoogte (3000' gemiddelde kamhoogte, toppen tot
8000'), dat in 't noorden bij de straat Waigatz begint, iu *t zuiden
zich in drie parallelketens verdeelt, in 't westen allengs met groote
tafellanden naar de vlakte daalt. Het vormt de natuurlijke en groo-
tendeels ook nog de staatkundige grens tusschen beide werelddee-
len (zie bl. 192). Van de drie deelen: het (6000' hooge) ruwe noor-
delijke (tot OP n. br.), het metaalrijke middenste (tot 55'^) en
het boschrijke zuidelijke stuk is het tweede of het Oeralische
ertsgebergte het belangrijkste wegens de onuitputtelijke hoe-
veelheid van kostbare steensoorten (marmer, jaspis) niet alleen,
maar ook van de nuttigste, zoowel als van de kostbaarste metalen,
zoo op de west- als op de oostzijde. Daardoor werden reeds in
overoude tijden onbekende volkeren derwaarts gelokt, waarvan de
sporen nog over zijn in vervallen groeven, iu graven met wapens
en gouden sieraden. Tegen het einde der 17de eeuw werd dit mijn-
werk (ijzer, koper, goud, zilver en platina) weder begonnen, waar-
van Jekaterinenburg het voornaamste middenpunt is en thans nog
door afstammelingen der Duitschers bewoond wordt, die aan Peter
den grooten deze schatkamers der natuur ontsloten. Hier is der-
halve de Europesche beschaving en bevolking het meest naar het
oosten doorgedrongen.
Over den Kaukasus zie bl. 146, en over de Karpathen zie
bl. 278. Het Taurische of Jaila-gebergte, dat den zuidelij-
ken rand van het schiereiland de Krim beslaat, heeft in zijne steile
helling naar de Zwarte zee uitmuntende havens.
De Noord-Russische of Oeralisch-Baltische landrug