Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
BOHEMEN. § 62. 411
de spoedig iu bloei toenemende zeestoomboot-maatschappij van den
Oostenrijkschen Lloyd gemakkelijk maakt. De ligging in den noord-
hoek der Adriatische zee wordt door de stoombootvaart onschadelijk
gemaakt, waardoor deze haven meer het zuiden, zoo als door den
spoorweg het noorden nadert.
8. Het koningrijk Bohemen {'^y^ mill. inw. op 944
I 1 mijlen, dus bijna 5000 op 1 Q mijl) is dat gedeelte van
Duitschland, dat het zelfstandigst is begrensd, hoewel het niet
aan alle kanten gelijkelijk is afgesloten. Het bestaat uit ver-
scheidene ketelvormige inzinkingen, die door twee berggordels zijn
afgescheiden en van het noordoosten naar het zuidwesten traps-
gewijze opklimmen. Terwijl in het noorden en zuidwesten hooge
bergwalleu eene natuurlijke, sedert overoude tijden bijna onver-
anderde grens vormen, heeft men in het noordoosten zulk eene
afsluiting maar ten deele, veroorzaakt door weinig te zamen-
hangende bergruggen, en in het zuidoosten is het bekken geheel
open; van daar is ook de Lausitz en Silezië langen tijd, Moravië
bijna altijd met Bohemen verbonden geweest. De beide laatste
landen zijn de eenigste Duitsche rijken, waar de Slavische be-
volking de overhand heeft.
De hoogste, tegen elkander overstaande bergketens, het Bohe-
merwoud en de Sudeteu, verheffen zich steil uit de naburige
landen van Bohemen, de Boven-Palts en Silezië, terwijl hare hel-
lingen naar het binnenland van Bohemen langzamerhand vlak-
ker worden en hare wateren straalvormig uaar het midden des
lands zenden. Het Ertsgebergte alleen wendt zijne steile hel-
ling naar Bohemen. De grenslandschappen aan den kant van Bei-
jeren, Saksen, Silezië bevatten voornamelijk de Duitsche bevolkiug
(2 mill.), die zulke takken van nijverheid uitoefent, waarbij ge-
duld en volharding vereischt worden (spinnen, weven, glasberei-
ding) ; terwijl de Slaven (2 mill.), even als in Moravië het midden
des lands innemende, eene bijzondere voorliefde voor landelijke bezig-
heden toonen, en hier meer dan in audere deelen der monarchie,
door verst andelijken aanleg (bijzonder muzikale talenten, eene
eigene czechische nationale letterkunde, eigenaardige bekwaamheid
in metaal- cn houtwerken) uitmunten.
Bohemen heeft slechts eene enkele groote stad: Praag (142 000
inw.), op beide oevers der Moldau (de hoofdrivier des lands) in het
27»