Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
kultuur van oostenrijk. § 62. 405
boschgrond gebruikt. Hongarije overtreft alle kroonlanden als eene on-
uitputbare bron van een zeldzamen nationalen rijkdom, want de
akkerbouw levert daar ongeveer 2/3 van den geheelen oogst, de wijn-
bouw terwijl het van de inkomsten der tabaksproduktie '/j aan de
overige kroonlanden kan overdoen. Evenwel is Hongarije dat land in
Europa, waarvan de natuurschatten tot nu toe het minst ontgonnenzijn
(zie bl. 413). De rijstbouw bepaalt zich tot het voormalig Lombardisch-
Venetiaansch koningrijk en het kustland. De veeteelt is het belang-
rijkst op de voedzame weiden der Alpenlanden en in de groote vlakte
van Hongarije; de zijdeteelt in de zuidelijke en zuidoostelijke pro-
vinciën heeft sedert het begin dezer eeuw door het uitgebreide ver-
keer met Amerika en door de toenemende weelde eene hooge
vlugt genomen. In verscheidenheid van voortbrengselen uit het
miueraalrijk wordt Oostenrijk door geen anderen Europeschen
staat overtroffen. Behalve het platina, ontbreekt er geen der nut-
tige metalen (ijzer, b. v. wordt iu zeer goede kwaliteit in Opper-
Oostenrijk, Stiermarken en Karinthië gevonden); aan brandbare
delfstoffen is er een buitengewone rijkdom; zout wordt hier in aller-
lei vormen gewonnen (steenzout en zoutbronnen in de Karpathen
en de noordelijke Alpenlanden, voornamelijk in Wieliczka en het zoo-
genaamde Zoutkamergoed; zeezout in het kustland); geeu ander
rijk bezit zulk eene menigte en verscheidenheid van gezondheidsbron-
nen (in Bohemen, Hongarije, Salzburg, enz.); eindelijk zijner nog ver-
schillende soorten van edelgesteenten, die onder den gemeenschappe-
lijken naam van „Boheemsche steenen" bekend zijn, terwijl men,
wat nuttige steensoorten betreft, in vele kroonlanden onuitputbare
marmer- en albastgroevcn aantreft.
b. Technische kuituur.
De Oostenrijksehe industrie, die zich grootendeels van inland-
sehe ruwe stoffen (de voornaamste uitzondering is de boomwol) bedie-
nen kan en daardoor den wcldadigsten invloed op de landhuishoud-
kunde (de veeteelt mede begrepen) uitoefent, is het meest voor de be-
vrediging van inlandsche behoeften bestemd en vindt hierin haren ze-
kersten aftrek; de uitvoer naar het buitenland is beperkt, omdat de
westelijke beschaafde naburen gedeeltelijk de zelfde soort van voorwer-
pen voortbrengen, en de oostelijke, die minder beschaafd zijn, weinig
behoeften hebben. Bohemen, Moravië met Silezië en Neder-Oostenrijk
vormen den eigenlijken zetel der Oostenrijksehe industrie; vooral
vereenigt Bohemen in zijne onvruchtbare oorden juist al de na-
tuurlijke voorwaarden van eene levendige industrie, (wouden, wa-