Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
24 DE MIDDELLANDSCHE ZEE. § 6.
door eeue zeeëngte in onmiddellijke gemeenschap staat met den
Atlantischen oceaan, en de daarin en omheen liggende eilanden eu
landen van drie werelddeelen op kleinen afstand van elkander ge-
legen zijn, nog voortdurend een verbindend element voor de
beschaving en het verkeer der volken gebleven. De belangrijkheid
van deze watervlakte, die merkelijk verminderd was door de ont-
dekkingen tegen het einde der 13de eeuw, is in latereu tijd we-
der verhoogd door geregelde middelen van gemeenschap (uitgaande
van Triëst, Marseille en Southampton) tusschen Europa met zijne
vele behoeften en Indië met zijn rijkdom aan produkten. Aan
de kusten dezer binnenzee heeft Engeland zijne gewigtigste zee-
vesting, Frankrijk zoowel zijne voornaamste oorlogshaven als zijne
hoofdplaats voor den zeehandel. Oostenrijk zijne eenige havens, de
Moliammedaansche wereld den hoofdzetel harer magt. Geen bin-
nenzee heeft zoo veel golven, noch zoo veel op eene gunstige wijs
daarin verspreide (kontinentale) eilanden, die als het ware even
zoo vele brugpijlers zijn tot verbreiding der beschaving (vooral
van het als schiereiland Klein-Azië vooruitspringende oostelijk vast-
land af), noch eene zoo rijke voortzetting door kleinere binnen-
zeeëu (Adriatische, Marmora, Zwarte, Azofsche zee).
De Middellandsche zee heeft twee stroomingen: eene van het
westen naar het oosten door het bimiendringen van den golfstroom,
en eene van het oosten naar het westen, die hoofdzakelijk ontstaat
door de watermassa, welke uit de Zwarte zee er invalt.
Even als de Middellandsche zee in het algemeen haar ont-
staan aan eene geweldige doorbraak der zee uit het westen ver-
schuldigd is, zoo heeft zij ook waarschijnlijk hare langzaam
toenemende vergrooting naar het oosten daaraan te danken.
Nog in de tegenwoordige gedaante vertoont zij de sporen
eener onderafdeeling in drie afgesloten bekkens en hunne deelen.
aa. Een westelijk bekken van de straat van Gibraltar
tot aan den westelijken hoek van Sicilië, die maar 15 mijlen
van de tegenoverliggende kust van Afrika ligt. Dit bekken wordt
weder in twee deelen gesplitst door de eilanden Sardinië en
Corsica. Het oostelijk deel draagt den naam van Tyrrheen-
sche of Toskaansche zee, en bevat de dubbelgolf d u
Lion en van Genua; het andere deel heeft maar kleinere
bogten. De naauwe straat van Bonifacius scheidt Sardinië