Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
OOSTENRIJK. 5 62. 401
§ 62.
de oostenrijksche mon.irchie.
Geographische stelling.
De Oostenrijksehe monarchie beslaat het zuidoostelijk deel
van Midden-Europa en is de eenigste staat, waarin de drie hoofd-
stammen der Europesche bevolking: de Duitsche, de Romaan-
sche en de Slavische niet alleen aau elkander raken, maar ook
in grooten getale vertegenwoordigd zijn; daarbij bevat deze staat
de gansclie natie der Magyaren. Deze monarchie is ook de eenigste,
waarvau de geheele geschiedkundige ontwikkeling in zulk een hoo-
gen graad aan een enkel groot stroomgebied verbonden is. Door
hare ligging tusschen het zuiden en noorden, het westen en oosteu
van Europa, en aan eene diep in het land loopende binnenzee; door
het bezit der groote natuurlijke waterstraat (Donau) tusschen het
oosten en westen, en door een even veel omvattend als voortref-
felijk zamenhangend spoorwegstelsel, het eenigste, dat tot hier-
toe de Alpen heeft overschreden; door dit alles is zij bestemd om
het middenpunt van een reusachtig verkeer te vormen en een be-
duidenden invloed op de politieke betrekkingen van Europa uit te
oefenen.
Ligging, grootte en grenzen.
De Oostenrijksehe monarchie is een kontinentaalstaat, die
slechts aan eene zijde aan eene binnenzee grenst (over 255 mijlen)
en een volkomen zamenhangend, goed afgerond geheel uitmaakt.
Zij ligt bijna onder de zelfde breedtegraden (51 tot 42) als Frank-
rijk , dat zij door hare uitgestrektheid van 't westen naar 't oos-
ten (27—44° ooster lengte) in vlakte-uitgebreidheid (11751
□ mijlen) overtreft, terwijl zij onder alle Europesche staten
slechts onderdoet voor Skandinavië en Rusland, welk laatste
meer dan 8 maal zoo groot is.
Vorm van den bodem.
De plastische gedaante van den grond is in Oostenrijk zeer
verschillend. Het bevat het grootste gedeelte der Alpenlanden,
de Karpathen in hunne geheele uitgestrektheid, een gedeelte
van het Duitsche Middengebergte, en beeft bovendien grootere
en kleinere laaglanden (welke?). Met uitzondering der Rhone