Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
398 westphalen. rijn-provincie. § 61.
5. Westphalen. Yan deze provincie, het oostelijk gedeelte der
(kleinere) westelijke helft der monarchie, ligt het zuidelijkste deel
in het Midden-Duitsche bergland, het noordelijke behoort tot de
Noord-Duitsche laagvlakte. Er ziju geen groote steden en maar
weinige tellen meer dan 10000 inw. Munster, de hoofdstad aan
de Aa, telt slechts 27000 zielen (vrede 1648); Dortmund (22000
inw.), verder nog eenige kleinere stadjes, zoo als Minden aan
de Weser, de eenige vesting in Westphalen; Bielefeld, de hoofd-
zetel van den linnenhandel; Iserlohn, fabriekplaats van metaal-
waren, Arnsberg in het bergland (aan de Ruhr) en andereplaat-
sen, die zich met mijnwezen, bewerking van ijzer, enz. bezig hou-
den: Altena, Siegen, Hagen, Bochum.
6. De Jlijn-provincie, de westelijkste en digtst bevolkte,
behoort (even als Westphalen, Saksen, ten deele ook Silezië) met
haar zuidelijk deel tot het Middengebergte, met het noorde-
lijke tot de Neder-Duitsche laagvlakte. Hier vindt meu de meeste
grootere steden. Op den regter Rijnoever liggen: Düsseldorf
(41000 inw.), met veel haudel en scheepvaart, was nog in de 13de
eeuw een dorp, werd later eene stad (residentie der hertogen van
Berg), doeii verhief zich eerst iu de 19de eeuw als Rijnhaven van
het aan industrie zoo rijke Wupperdal in de zelfde mate, als het
dal in bloei toenam ; het is tevens de zetel der Neder-Rijnsche
schilderschool; Ruhrort, aau de monding vau de Ruhr, werd door
het bezit vau de beste haven aau den Pruisischen Neder-Riju, na-
dat het ontginnen der kolenmijnen in dit gebied en de industrie,,
die daarmede in de laatste jaren verbonden is, zoo toegenomen
is, eindelijk door de verbinding met den linker Rijnspoorweg-
eene levendige handelsplaats, die aan het eens zoo aanzienlijke
Duisburg een gedeelte van zijn verkeer ontnam; Wesel, ves-
ting (17 000inw.), Emmerik, de laatste Duitsche Rijnstad naar het
noorden. — De grootste bedrijvigheid op industriëel gebied op den
regter Rijnoever heerscht in het Midden-Wupperdal eu het Beneden-
Ruhrdal, alsmede in de naaste omstreken. In het eerste treft meu de
dubbele stad Elberfeld (50000inw.) en Barmen (49000 inw.)
aan, met de omstreken, die naauwelijks van eene stad te onder-
scheiden zijn, eene onafgebroken reeks van zijde-, linnen- en katoen-
fabrieken; terwijl de iu het gebied van de Wupper liggende plaat-
sen: Solingen en Remscheid (163C0 inw.) de hoofdzetels zijn
van de Rijnsche ijzer- en staalfabrikatie. Het benedenste Ruhrgebied
bezit de rijkste kolenmijnen, aan welker bearbeiding vooral Esseu
(20030 inw.). Werden en Muhlheim hun bloei te danken heb-