Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
beschaving. staatsregeling. § 61. 395
phalen en vooral in de Kijn-provineie (yj; in West-Pruisen en
Öilezië zijn dc beide belijdenissen bijna even sterk.
Beschaving.
Wat physische en technische beschaving aangaat, kau
men op de Duitsche provinciën van Pruisen in het algemeen toe-
passen wat van Duitschland is gezegd (bl. 276). In dc niet-Duit-
sche provinciën is dc landbouw de hoofdbron voor het bestaan; hier
vindt men weinig nijverheid, en groote industriële inrigtingen mist
men bijna geheel; daarentegen geeft de zeevaart en de daarmede
verbonden bedrijven een eigenaardig middel vau bestaan in de
kuststreken. Industrie eu mijnwezen hebben hunne zetels in de
westelijke en zuidelijke provinciën. Meer algemeen is de handel;
doch hierin deelen hoofdzakelijk de aan de Oostzee en aan de be-
vaarbare rivieren gelegen groote steden. Een ontzaggelijk spoor-
wegnet heeft de uitvoer van produkten voor de van de zee verwij-
derde streken en de ruiling van natuurlijke eu technische voortbreng-
selen voor de verst van elkander afgelegene provinciën buitengemeen
gemakkelijk gemaakt cn doen toenemen.
Staat Duitschland, wat ontwikkeling van den geest be-
treft, niet achter bij andere landen, Pruisen doet niet onder voor
eeu der Duitsche staten. Onder de volledige Pruisische universi-
teiten telt men: Breslau, Bonn, Greifswald, Berlijn, Koningsbergen
en llalle; verder nog hebben de „akademie" te Munster en liet/-y-
ceum llosianum te Braunsberg eene katholieke theologische en eene
philosophische fakulteit. Onder de talrijke inrigtingen en genoot-
schappen voor bevordering van kunst en wetenschap bekleeden de ko-
ninklijke akademie der wetenschappen en die der kun-
sten (beide te Berlijn) den eersten rang.
Staatsregeling.
De kroon is erfelijk in de mannelijke linie van 't koninklijke
huis naar het rcgt van eerstgeboorte; de koning heeft de uitvoerende
magt; de wetgevende magt deelt hij met den algemeenen landdag,
die uit het Heerenhuis en het Huis der afgevaardigden bestaat.
Ter verdediging des lands dient, behalve het leger (een ieder is
verpligt de wapenen te dragen van 20—40 jaar, eerst in het staan-
de leger, later in de landweer), een tal (25) van vestiugen, vooral
in de grensprovinciën: Silezië, Pruisen (in elk 5) en de Rijn-pro-
vincie (4).
Topographie,
A. De 6 Duitsche provinciën:
2G*