Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
392 PKUISEN. § Gl.
Hamb urg, de derde stad van Duitsehland, is door zijne ligging aan
de Beneden-EIbe, waar deze bijna eene golf wordt, de eerste zeehaven
van het Europesche vastland, de derde van Europa (staat alleen ach-
ter Londen en Liverpool); haar handelsverkeer overtreft zelfs den in- en
uitvoer van geheel Nederland.
b. B re m en (de stad 67 000 inw.), aan de Beneden-Weser, staat
in verbinding met de aan den mond der "VVeser opgekomen Bre-
merhaven en trekt alle verkeer tot zieh van de rivier en de
aanliggende oeverstaten, zoowel voor den uitvoer van Duitsche
voortbrengselen van natuur en kunst (vooral naar Noord-Amerika)
als voor den invoer van vreemde produkten.
c. Lübeck (de stad met de voorsteden 26600 inw.), aan de
bevaarbare Trave, twee mijlen van de uitwatering dezer rivier in
de Oostzee, waarde havenstad Travemünde ligt. Deze ligging
verschafte aan Lübeck in de middeneeuwen den eersten rang in
de Hansa. Eene aan Lübeck en Hamburg in gemeenschap behoo-
rende enclave (stad en ambt Bergedorf en de zoogenaamde Vi er-
land en) ligt op den regter oever der Beneden-Elbe.
33. Het (Deensche) hertogdom Holstein en Lauenburg
zie § 65.
5 61.
de pruisische monarchie.
Geographische stelling.
Pruisen ligt in het midden der groote mogendheden, die tot het
Europesche vastland behooren en maakt door zijne groote uitge-
strektheid over bijna de geheele lengte van het Noord-Duitsehe
laagland de verbinding uit tusschen Duitsehland en het Eomaan-
sche westen van de eene, en het Slavische oosten van de andere
zijde, en bovendien nog, door zijn groot aandeel in de kusten der
Oostzee, met het Germaansche noorden. Uit de Germaansche laag-
vlakte heeft Pruisen langzamerhand zijne grenzen tot in den zui-
delijk daaraan grenzenden bergzoom verplaatst: in het Odergebied
tot op den hoogsten top der Sudeten, aan de Elbe stroomopwaarts
door het gebied der Saaie tot in het Thuringsehe heuvelland, van
den Neder-Rijn opwaarts naar den Midden-Rijn en diens zijrivie-
ren. — Pruisen deelt met Oostenrijk het oosten van Midden-
Europa, d. i. die landen, waar de Germaansche en Slavische ele-
menten met elkander in aanraking komen; maar in Pruisen is
het laatste veel meer verloren gegaan dan in Oostenrijk. — Wat