Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE DEELEN VAN DEN ATLANT, OCEAAN. § 6. 23
Bothnische golf; bovendien vormt zij aan de oostkust de
golven van Finland en van Riga.
De Oostzee heeft weinig zoutgehalte, ten gevolge der betrekkelijk
aanzienlijke hoeveelheid zoet water, die zij opneemt, en deu sterke-
ren afvoer naar, dan den tegengestelden aanvoer van zout
water uit de Noordzee. Dit geringe zoutgehalte (2%), verbonden
met de geringe diepte, maakt haar weinig geschikt om de woon-
plaats te zijn van vele dieren en is oorzaak dat groote gedeelten
der zee, zoowel in 't zuiden (tusschen Zeeland, Zweden en de Duit-
sche kust), als in 't noorden (vooral de Bothnische golf), hier ge-
makkelijker bevriezen dan elders.
4. Het Kanaal (la Manche) tusschen de zuidkust van En-
geland en de noordwestelijke kust van Frankrijk.
5. De golf van Biskaye tusschen de westkust van
Frankrijk en de noordkust van Spanje en tot aan de noordwes-
telijkste punten der beide landen.
Door deze diepe zee, niet gebroken door groepen eilanden, en van
drie zijden door insluitende kustlanden tegen stormen beveiligd,
loopt de golfstroom (hier Rennel's stroom) eerst in eene oostelijke
rigting, keert zich dan spiraalvormig, gaat noordwestwaarts tot aan
de lersehe kust, van waar hij terug geworpen wordt en wederkeert
naar het punt van uitgang.
6. Door de straat van Gibraltar valt de Atlantische
oceaan inde groote M i d d e 11 a n d s c h e zee (47 000 Q
mijlen), gelegen tusschen de drie deelen van de oude wereld, en
zich uitstrekkende in de rigting van 't westen naar 't oosten.
Hare kusten behooren voor de helft tot Europa, terwijl de an-
dere helft vrij gelijkmatig over Afrika en Azië verdeeld is. De
Europesche kust is het meest ontwikkeld door de drie schier-
eilanden van Zuid-Europa.
De Middellandsehe zee, het rijkste en meest beschaafde
binnenlandsehe zeebekken der wereld, het uitgangspunt der voor-
naamste wereldgebeurtenissen in de oudheid en de midden-eeuwen,
heeft wel in lateren tijd bijna in de zelfde mate aan wereld-histo-
rische beteekenis verloren als de Atlantische oceaan in dat opzigt ge-
wonnen heeft, maar is, omdat zij door eene landengte (welke?) slechts
even gescheiden wordt van eene golf in den Indischen oceaan,