Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
brunswijk. anhalt. mecklenb. vrije steden. § 60. 391
24. Het groothertogdom Oldenburg bestaat uit:
a. het hertogdom Oldenburg, met de hoofdstad van dien
naam (aan de Hunte), maakt den gemelden golfvormigen inham
in Hanover, eu loopt van de Beneden-Weser tot digt aan de Ems.
Een klein gebied aan de Jahdegolf is onlangs aan Pruisen afge-
staan tot het aanleggen eener oorlogshaven.
b. liet vorstendom Lübeck in verscheidene stukken, waar-
van een aan de Oostzee (golf van Lübeck) grenst, terwijl de ande-
ren door Holstein ingesloten worden. Hoofdplaats: Eutin.
c. het vorstendom Birkenfeld op den linker Rijnoever,
aan den Hondsrug, vormende een tusschen de Pruisische Rijn-provin-
cie (en het Hessen-Hombnrgsche gebied Meisenheim) ingesloten deel.
Hoofdplaats: Birkenfeld aan de Nahe.
25. Het hertogdom Brunswijk, bestaande uit drie deelen
cn verscheidene stukjesin Hanover en Pruisen. Het westelijk
deel, op den regter oever der Midden-Weser, wordt tevens be-
sproeid door de Leine, het noordelijk door den Ocker, waaraan
de steden Brunswijk (41000 inw.) en Wolfenbuttel liggen;
het zuidelijk, aan den Beneden-Harz, heet het vorstendom Blan-
kenburg (gelijknamige hoofdstad).
20 en 27. De beide vorstendommen: a. Anhalt-Dessau-
Kothen (sedert 1853 vereenigd) met de twee hoofdsteden van
den zelfden naam, en b. Anhalt-Bernburg met gelijknamige
hoofdstad. Een klein gedeelte van het laatste ligt op den Beneden-
Harz en beslaat erde oostzijde van; al het overige ligt in de laagvlakte
op beide oevers der Elbe en Saaie en wordt omsloten door Prui-
sisch gebied. Sedert Augustus 1863, na het overlijden van vorst
Alexander van AnhaltBernburg, maken deze beide vorstendommen
maar één staat uit: Anhalt.
28 en 29. De beide groothertogdommen: a. Mecklen-
burg-Schwerin, b, Mecklenburg-Strelitz, met de hoofd-
steden Schwerin (22000 inw.) en Nieuw-Strelitz. Het eer-
ste strekt zich uit langs de Oostzee, waar de „zeesteden" Wismar
(13000 inw.) en Rostock (25000 inw.) en de badplaats Dobbe-
r a n (niet ver van de Oostzee) liggen; het laatste bestaat uit twee
door het eerste gescheiden stukken, waarvan het oostelijke her-
togdom Strelitz, het westelijke vorstendom Ratzeburg heet.
30 tot 32.
a. Hamburg (met de beide voorsteden St. Georg en St. Pauli
175 000 inw.) aan de Beneden-Elbe, met de havenplaats Cuxha-
ven aau de Noordzee.