Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
390 hakovek. oldekburg. § 60.
Noord-Duitsche laagvlakte en alleen de noordelijkste uitloopers
van het Duitsche Middengebergte (Weser-bergland en Harz)
schieten er in. Bij meerder eenheid in de vorming van den
bodem is de staatkundige verbrokkeling op verre na niet zoo
groot als in Midden- eu Noordwestelijk Duitschland, maar toch
veel grooter dan in 't zuideu of zuidwesten: elf staten op 1364
□ m. Deze verdeeling wordt ook hier, even als in Midden-
Duitschland, nog sterker door de vele enclaven der meeste sta-
ten in vreemd gebied. Doch de vereeniging van staatkundige
magt wordt zeer in de hand gewerkt door den toestand der
oppervlakte, zooals wij dat zien bij den Pruisischen staat (§ 61).
23. Het koningrijk H au over (met hoofdzakelijk Luthersche
bevolking), de voornaamste onder de 11 staten en na Pruisen de
grootste iu Noord-Duitschland, bestaat uit een noordelijk
hoofdland tusschen de Ems (het gaat nogtans iets over den linker
Ems-oever) en de Elbe, met 6 Landdrosteien: Hanover,
Hildesheim, Luneburg, Stade, Osnabruck, Aurich,
en een zuidelijk deel (van de Weser tot aan den Bloksberg),
waarvan het oostelijk stuk de zevende provincie uitmaakt: Berg-
h auptmannsch af t Clausthal; deze ligt in den Bovcn-Harz,
maar loopt met ccne smalle strook om den zuidelijken voet van den
Bloksberg tot op de oostzijde. Bovendien ligt nog een zuidelijker
stuk tusschen Pruisisch-Sakscn en het Brunswijksche gebied. Een
grooten, golfvormigen inham in hot hoofdland maakt het groother-
togdom Oldenburg; een zeer kleinen het gebied der vrije stad
Bremen.
Behalve de steden, waarnaar de provinciën genoemd zijn (de
residentie H anover aan deLeine heeft na de uitlegging in 1859,
met inbegrip der voorstad Linden 71800 inw.), mogen nog in aan-
merking komen : a. in het gebied van de Ems: Emden (aan den
Dollart); b. in het gebied van de Weser: Hameln (aan de
Midden-Weser), V e r d e n (aan de uitstrooming van de Aller in
de Weser), Ce 11e (aan de Aller), de universiteitsstad Göttin-
gen aan de Leine, Goslar aan den noordwestelijken voet van
den Harz, digt bij den ertsrijken Rammelsberg; c. in 't gebied
der Elbe: Harburg aan de Elbe, niet ver van Hamburg. —
Nog behooren tot dit rijk verscheidene eilandjes, zooals : Norder-
neij (zeebad), Borkum, enz.