Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
saksen-meiningen. nookd-duitschland. § 60. 389
Jena aan de Saaie ligt; het laatste behoort tot het gebied van de
"VVeser, daar er de Werra doorstroomt. In de nabijheid van Ei se-
nach verheft zich op een bergkegel de War tb nrg (Zangers-strijd,
Lnther).
16. Het hertogdom Saksen-Altenburg bestaat uit twee
door het gebied van Reuss en Weimar gescheiden deeleu, waarvan
het westelijke door de Saaie, het oostelijke door de Pleisse gesne-
den wordt; in het laatste ligt de hoofdstad Altenburg (16000
inw.) aan de Pleisse.
17. Plet hertogdom Saksen-Meiningen sluit met zijn
hoofdland boogsgewijze de zuidelijke helling van het Thuringerwoud
in en wordt in zijn westelijk gedeelte door de Werra, in zijn ooste-
lijk door de Saaie gesneden; aan de eertse liggen Hildburghau-
sen en Meiningeu, aan de laatste Saalfeld.
18. Het hertogdom Saksen-Koburg-Gotha bestaat uit
twee door het Thuringerwoud gescheiden deelen, terwijl het her-
togdom Got ha, met de hoofdstad van den zelfden naam (16 000
inw.) aan den noordelijken voet, het hertogdom Koburg met de
insgelijks gelijknamige hoofdstad en vesting aau den zuidelijken
voet van het Thuringerwoud ligt. Het heeft met Saksen-Meiningeu
dit eigenaardige boven alle middenmatige en kleinere staten van
Duitschland, dat beiden tot drie hoofdstroom-gebieden behooren,
tot dat van de Elbe (Unstrut, eigenlijk Saaie), dat van de Weser
(Werra) en dat van den Rijn (Main).
19 en 20. De beide vorstendommen a. Schwarzburg-
Soudershauseu en h. Schwarzburg-Rudolstadt, met de
hoofdsteden van den zelfden naam, liggen gedeeltelijk in de inzin-
king tusschen den Harz en het Thuringerwoud, gedeeltelijk aau
de noordelijke helling van het laatste.
21 en 22. Dft beide vorstendommen a. Reuss oudere
linie en è. Reuss jongere linie, bestaan uit twee geschei-
den deelen; a. het noordelijke, tusscheu de beide deelen van het
Altenburgsche gebied, wordt door de Witte Elster besproeid, heet
heerlijkheid Gera met de hoofdstad van dien naam, en behoort
aan de jongere linie, met % van het zuidelijke door de Saaie be-
sproeide gedeelte, waarin liggen: Schleiz, Lobenstein en
Ebersdorf (de beide laatsten tot 1848 een afzonderlijke staat).
Voor de oudere linie blijft dus over het noordelijk % der zuidelijke
massa met de hoofdstad Greiz aan de Witte Elster.
IV. Noord-Duitschland behoort grootendeels tot de