Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
384 BADEN. § 60.
kar mogeudlieid". De zuidelijke uitlooper des lands, die hieraan
eenige overeenkomst in vorm geeft met het Skandinavische schier-
eiland, wordt door den Donau gesneden tot aan de uitwatering van
den Iller (grensrivier aau de zijde van Beijeren), dus tot daar, waar
hij bevaarbaar wordt.
Het Neekardal, het hoofd- en stamland des rijks, is onder
alle deeleu het digtst bevolkt (8300 op 1 □ m.). In het middenpunt
van deu Boven-Neckar-loop ligt de rijks-universiteitsstad Tübingen;
in hetmidden de vier digt bij elkander gelegen centrum-steden vanhet
dal, het nijvere Esslingen, de badplaats Cannstadt, de hoofd-
stad Stuttgart (61000, met de buurtschappen 66400 inw.),
ingesloten in een dalketel van boschrijke heuvels met wijnstokken
beplant, en Ludwigsburg, de belangrijkste wapenplaats des
rijks. In het zoogenaamde benedenlaud, aan de noordelijke grens,
is Heilbronn (14000 inw.), het punt van uitgang voor de staats-
spoorwegen en de hoofdstapelplaats voor het onmiddellijk verkeer
met den Beneden-Eijn, in dit land de eerste haven aan den Neckar
geworden, die hier door zijne grootste zijrivieren versterkt wordt.
— Eveuzoo gaat van de bondsvesting Ulm (22 700 inw.), als Boven-
Donau-haven en om hare ligging aan drie spoorwegen, het verkeer
tusscheu Frankrijk, West-Duitschland en Zwitserland met den Do-
nau uit, die vau hier af steeds bevaarbaar is tot aan de Zwarte
zee, en vau Eriedrichsha f en (eertijds Buchhorn) aan het zuid-
einde der staatsspoorwegen, het verkeer tusscheu Wurtemberg en
Zwitserland (Italië) over de Bodensee. Op en aan de Rauhe Alp
liggen eenige nijvere stadjes, als Schwäbisch Gmund, Göppin-
gen (digt bij den burgt Hohenstaufen), Geislingen, Reutlin-
gen.
3. Het Groot-Hertogdom Baden (van de l'/j mill. inw.
zijn Va katholieken, 1/3 protestanten), het derde land, dat zoowel
tot het gebied van den Rijn als van den Donau behoort; doch het
eerste is hier betrekkelijk veel grooter dau zulks bij AYurtemberg
het geval is, want van den Donau bezit Baden weinig meer dan
het brongebied; van den Rijn daarentegen den geheelen regter oever
van de Bodensee af tot voorbij de monding van den Neckar, welks
geheele beneden-loop tot Baden behoort eu dan nog een klein ge-
deelte van het Main-gebied. Het grootste deel des lands wordt
ingenomen door het Schwarzwald met zijne digte, donkere wouden,
die er den naam aan gegeven hebben en den rijksteu tak van be-
staan uitmaken voor de krachtige Schwarzwalders, die met weinig
tevreden zijn. Zij brengen de reusachtige pijn- en dennenboomen