Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
382 > eeijeben. § 60.
pen behoort, vindt men rijke lagen van steenzont, Berchtesga-
den (digt bij het heerlijke Koningsmeer), Keichenhall (het
middenpunt der vier Beijersehe zoutgroeven, die door kanalen voor het
met zout verzadigde water verbonden zijn), Traunstein en Jlo-
senheim houden zich bezig met het winnen en bereiden van dat
zout. Noordwaarts op den linker Donau-oever ligt de Donau-
vesting Ingolstadt.
h. Nede r-B e ij e r e n met Landshut aan den Isar en de grens-
vesting Passau (13000 inw.) aan de zamenvloeijing van Inn,
Ilz en Donau, dus aan het vereenigingspuut van drie bevaarbare
rivieren.
c. Zwaben euNeuburg, bijna geheel tusschen Iller en Lech,
met de steden: Augsburg (45000 inw.), midden op de Beijersch-
Zwabische hoogvlakte, nu het punt van vereenigiug voor de Beijer-
sehe spoorwegen. Reeds als Romeinsche kolonie {Augmta Vindeli-
eorum) aanzienlijk, bloeide het bij het einde der middeneeuwen op
nieuw als stapelplaats tusschen Noord-Europa, Italië en de Levant.
In de nabijheid heeft men het Lechfeld (slag 955), Donau-
werth, aan den Donau, ter plaatse waar tegenwoordig de stoom-
bootendieust naar de Zwarte zee begint. In de nabijheid Schel-
lenberg en Höchstädt, verder noordwaarts Nördlingen. De
eilandstad Lindau in de Bodensee, het einde der Beijersehe banen.
d. Opper-Palts (linker) en Regensburg (regter oever) met
de stad Regensburg (27000 inw.) aan den noordelijksten Do-
nauhoek, daarom vroeger de grootste rivierhaven van Duitschland
voor het verkeer met het oosten, entoen de bloeijendste stad van
Zuid-Duitschland, later gedurende 1% eeuw (1663—1806) de zetel
van den Duitschen rijksdag. In de nabijheid de Walhalla (een
marmeren tempel in Grieksche stijl met borstbeelden van beroemde
Duitschers.)
e. Op per-Er anken, het gebied van den B o v e n-Main, met
de steden Baireuth (aan den rooden Main), Ilof (aan de Saaie),
het noorder-einde van het Beijersehe spoorwegnet, en Bamberg
(23000 inw.) in een wijden dalketel, waar de wateren, die hier van
alle kanten in den Main stroomen, vooral de Regnitz, deze rivier
zoo zeer bevaarbaar maken, dat van deze stad de onmiddellijke
scheepvaart uitgaat naar den Neder-Rijn en zij dus de voornaamste
stapelplaats voor den Boven-Main is. Buitendien is zij door het
Ludwigs-kanaal, dat van hier uit langs Neurenberg tot in de
Altmühl boven Regensburg loopt, met den Donau verbonden.
f. Midden-Er anken of het Regnitzgebied omvat een ge-