Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HEUEREN. § 60. . 381
den Boven-Rijn ligt; daarom zou men Beijeren kunnen noemeu de
Donau-Main mogendheid. Het hoofd land bevat ö. op den regter
Donauoever de Zwabiseh-Beijersehe hoogvlakte van den Beneden-
Uier en de Bodensee aan den eenen tot aan de Salzaeh en den Be-
neden-Inn aan den andereu kaut, in het zuiden tot aan de noor-
delijke Voor-Alpen loopende, b. tusschen Donau en Main den Fran-
kischen Jura en de aan weerszijde van dit gebergte liggende tafel-
landen: het Frankische (tot aan den Boven-Tauber en den Boven-
Weruitz) met het Steigerwoud, en het plateau der Boveu-Palts met
het Beijersche Hoogwoud en de zuidwestelijke helling van het Bo-
hemer woud, c.op den regter Mainoever het Fichtelgebergte met
het Frankenwoud, de zuidwestelijke helling van het Rhöupgebergte
en den Spessart. Het kleinere gedeelte of de Beijersche
Palts (Rijn-Beijeren) omvat het noordelijkste deel der Vogesen
(tusschen den Riju en de Saar) en aan^ den noordoostelijken voet
hiervan een klein gedeelte der Boven-Rijnsche laagvlakte.
De nieuwste verdeeling van het koningrijk Beijeren is in 8 kreit-
sen, die historische namen dragen.
ff. O pper-Beijeren, met de hoofdstad München aan den
Isar (met de voorsteden 148 000 inw,); zij ligt hooger (1600' boven
de zee) dan eenige groote stad van Midden-Europa.
Hoe weinig München ook door de natuur begunstigd is, heeft de
kunstzin van Lodewijk I het toch in buitengewoon korten tijd tot eene der
merkwaardigste en schoonste steden van Europa gemaakt. De nieuwe ge-
bouwen zijn niet alleen gedenkstukken van de voornaamste soorten van
stijl (Grieksch, Romeinsch, Gothisch, Italiaansch, enz.), maar zij zijn ook
rijk versierd met beeldhouwwerk cn schilderijen (vooral in fresco), zoo als
de Lodewijkskerk, de Allerheiligen-kapel, de Basilica van den HeiHgen
Bonifacius, de kerk in de voorstad Au, het nieuwe koninklijke paleis
(met voorstellingen al fresco volgens Grieksehe en Duitsche dichters, voorn,
uit het Nibelungenlied), het gebouw der feestzaal (met historische schilde-
rijen in fresco). De opeubare verzamehngen (bibliotheek, glyptotheek, de
beide pinakotheken, de „vereenigde verzamelingen" in het koninklijke slot)
behooren door aantal eu waarde harer schatten voor wetenschap en kunst
tot de eersten der wereld. In de nabijheid van München staan de tempels
van den roem (met de beeldtenisaen van beroemde Beijerschen) met het ko-
lossale bronzen standbeeld van Bavaria (54' hoog) en dc koninklijke lust-
paleizen Nymphenburg cn Schleisshcim. Tegernsee (aan het meer van
dien naam) ligt verder af. Hohenschwangau inde nabijheid van de
Lech.
In dat gedeelte van Beijeren, hetwelk tot de Salzburger Al-