Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
378 bksciiavisg. kegeeixg. § 60.
onder. De binnenlandsche handel, die vroeger hoofdzake-
lijk aan de groote missen te Leipzig, Frankfort a/M, enz. ver-
bonden was, bepaalt zieh thans niet meer tot zulke beperkte ruim-
ten van tijd en plaats, vooral wegens de versnelde middelen van
gemeensehap.
Beschaving.
Voor geen land behoeft Duitschland ouder te doen wat algemee-
ne verspreiding vau beschaving aangaat, door middel van talrijke,
uitmuntend ingerigte hooge, middelbare en lagere scho-
len. In bijna elk dorp heeft men eene volksschool, en naast de
gymnasiën eu lyceën, die tot voorbereiding voor hoogere weten-
schappelijke studie dienen, zijn de reaal- en industrie-scholen ont-
staan ter opleiding voor handel en fabriekeu. Nergens vindt men
een zoo aanzienlijk getal volledige universiteiten; Duitschland telt
er thans nog 22. Buitendien zijn er nog verscheidene andere, zoo
opeubare als bijzondere inrigtingen, zoo voor de wetenschap in het
algemeen, als voor natuur-, historie- eu oudheidkunde in het bij-
zonder. Openbare bibliotheken iu de hoofd- en universiteitsteden
bieden ruimschoots de gelegenheid aau tot eene geleerde vorming.
Ook de schoone kunsteu worden in Duitschland met vlijt be-
oefend; met regt is men hier trotsch op de toonkunstenaren.
llegeri ng.
Na de opheffing vau het „heilige Roomsche rijk der Duitsche na-
tie" (in het jaar 1806) en eeue korte heerschappij van den vreemde-
ling kreeg Duitschland (1815) zijne tegenwoordige inrigting als
Duitsch Vetbond, dat bij zijne instelling uit 39 souvereine
staten (35 met monarchale regering eu é republieken) bestond. Dit
getal is na dien tijd met 5 verminderd, terwijl a. door het nieuwe
verdeelingsverdrag der Saksisch-Ernestijnsche linie (1826 na het
uitsterven van den Gothaischen vorstenstam) van de oorspronkelijke
vier Saksische hertogdommen er maar drie over bleven, b. de beide
Hohcnzollernsche vorstendommeu (1850) bij het koningrijk Prui-
sen ingelijfd werden, c. Anhalt-Köthen (na het uitsterven der man-
nelijke linie 1847) met Auhalt-Dessau vereenigd werd (1853) en in
1863 nog met Anhalt-Bernburg.
Hot hoogste gezag iu het Verbond berust bij den Bondsdag of
de Bondsvergadering in Frankfort aan den Main, bestaande
uit de gevolmagtigde afgevaardigden der afzonderlijke bondsstaten;
in deze vergadering worden over alle buiten- en binnenlandsche
bondsaangelegcnheden besluiten genomen, die voor alle leden ver-