Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
middelen van bestaan. handel. § 60. 377
gere Midden-gebergtelandcn, de behoeftige streken in't noorden),
als op die plaatsen, waar de ruwe stof voor industrie moet gewon-
nen worden (schapen in 't oosten en gedeeltelijk ook in 't noorden
van Duitschland; paarden in de Noord-Duitsche laagvlakte: Hol-
stein, Mecklenburg, Hanover); de zijdeteelt heeft zich ook lang-
zamerhand van het zuiden naar het noorden uitgebreid. Het mijn-
wezen haalt de rijke onderaardsche schatten uit den schoot der
aarde, die tevens eene menigte gezondheidsbronnen laat opborre-
len. De industrie, dat kunstmatig middel van bestaan, vindt
men daar, waarde natuurlijke middelen niet voldoende zijn, dus
in bergachtige streken en vooral in de nabijheid van vruchtbare
vlakten, die voor haar ruwe produkten (b. v. vlas) cn tevens levens-
middelen voor eene digte bevolking kunnen opleveren en bevaar-
bare rivieren als wegen van verkeer hebben (vau de bronnen van
de Oder tot aan de Maas, iu de Beijersche en Oostenrijksche
Voor-Alpen, de dalen van het Schwarzwald en het Odenwald,
binnen het Middengebergte, in het noorden van Bohemen, in het
Thuringsche en Hessische bergland). De iudustrie verwerkt voor-
eerst dc ruwe stoffen, haar door landbouw, veeteelt en mijnwe-
zen vau den eigen grond aangevoerd; doch bij toenemende vol-
making blijft zij niet bij de inlandsche produkten, maar neemt ook
buitenlaudsche stoffen aan. Vooral wanneer de produkten uit de
omstreken geen ruim veld ter bewerking aanbieden, worden de
groote steden, die aan de natuurlijke en kunstmatige groote we-
gen liggen, de zetels van die industrie; zoo vindt men dikwerf veel
industrie ook in de vlakte. — Door den grooten rijkdom in natuur-
en kunstvoortbrengselen is de handel levendig en zeer uitgebreid,
en wordt nog door de ligging van het land tusschen drie zeeën, het
bezit van vele bevaarbare rivieren en een digt spoorweguet be-
vorderd. Het Duitsche tolverbond, dat vele binnenlandsche
hinderpalen voor den handel uit den weg ruimt, neemt al meer en
meer staten op (1858: 33'/2 mill. inwoners). Alle Duitsche landen
(ook het niet-Duitsch gebied van Pruisen), uitgezonderd Oostenrijk
en Lichtenstein (waarmede een handelsverdrag gesloten is), de
beide Mecklenburgen, Holstein, Limburg en de drie hansesteden,
behooren er toe.
Voorden buitenlandschen handel zijn Hamburg, Bremen
en Triest de voornaamste plaatsen. Dc Duitsche handelsvloot is
naar getal en tonnen-inhoud (zonder de 23 000 kust- en riviersche-
pen: 5000 zeilschepen cu 150 stoombooten) de derde van de ge-
heele aarde; zij doet alleen voor de Engelsche en Amerikaansche
pütz, veb6el. aabdr. 25