Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
KLIMAAT. PLANTENGROEI EN BEVOLKING. § 60. 375
als van den verslappenden overvloed en de weelderigheid van 't zuiden.
Zijne groote eenheid in klimaat wordt nog verhoogd door de toenemen-
de verhevenheid van den grond naar 't zuiden, die de afwijkingen ver-
effent, welke door liet verschil der (9) breedtegraden veroorzaakt zou-
den worden. Alleen in noordwestelijk Duitschland wordt de tempera-
tuur eenigzins hooger door de nabijheid vau den oceaan, of ook
door de diepe inzinking van eenige naar alle zijden beschutte daleu;
terwijl daarentegen in het noordoosten, juist daar, waar de laagte
het bfcedste is, de ongunstige invloed van het vastland-klimaat
der Sarmatische vlakte de temperatuur doet dalen. De meeste voor-
regten genieten natuurlijk de diep liggende deelen in 't zuiden, dus
de kustlanden der Adriatische zee. — Onder dezen gematigden he-
mel is de grond overal geschikt voor den landbouw: uitgestrekte
koornvelden, de edelste voortbrengselen van den tuinbouw en on-
telbare vruchtboomeu versieren de vlakten; deels naaldboomen, deels
loofboomen bedekken de bergen, de noordelijke landruggen en lüer
en daar de vlakten; de wijn tiert vooral welig in het hoofddal en
de meeste zijdalen van don Rijn, olijfboomen en zuidvruchten in
Zuid-Tirol en het kustland der Adriatische zee.
Bevolking.
Ook met betrekking tot de volkengroepen is Duitschland
(even als Europa) een land van 't midden, want van de Ger-
maansche volkengroep, die zich in het midden tusschen de Sla-
vische in 't noordoosten en de Romaansche in 't zuidwesten heeft
neergezet, bevat het de meest zamengedrongen massa, en van
de beide aangrenzende volkengroepen heeft de Romaansche slechts
zeer kleine bestanddeelen naar de buiteneinden in 't westen
(Walen) en zuiden vooruitgeschoven, terwijl de oostzijde van
Duitschland over hare geheele uitgestrektheid eene groote eth-
nographische verscheidenheid kan aantoonen.
Binnen de grenzen van het Duitsch Verbond leven 45 mill.
inw. of 3860 op 1 Q m.; de zeven grootste staten hebben elk
meer dan 1 mill., de 14 kleinste te zamen slechts 1 mill. (niet
eens zoo veel als Parijs). Het sterkst is de bevolking in Mid-
den-Duitschland (in het koningrijk Saksen 8186 op 1 Q m.)
en in het westen (in Rijn-Hessen 9075, in de Pruisische Rijn-
provincie 6600, in de Beijersehe Palts 5630 op 1 Q m.) ,
het geringst in het noorden (in de Pruisische provincie Pom-