Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
374 VERTIKALE VORM. § 60.
sche, Italiaansche en Skandinavische schiereiland), vereenigt
Duitschland (even als Europa) de grootste verscheidenheid der
natuurvormen in zich en brengt ze met elkander in verbinding.
Naar de drie vormen van den grond in Midden-Europa wordt
het verdeeld in drie deelen, die van 't zuiden naar 't noorden
steeds in hoogte afnemen, dus met overwegende oostelijke
helling:
O. het A1 p enlan d en wel de oostelijke helft der Centraal-
Alpen en bijna de geheele Oost-Alpen;
b. het Duitsche Middengebergte met de beide laag-
vlakten op de Oost- en Westzijde: het Marchveld en het groot-
ste gedeelte van de Boven-Eijnsche laagvlakte;
c. de Germaansche laagvlakte (met inbegrip der
Neder-Rijnsche).
Even als Duitschland door ligging, grootte, vorm van op-
pervlakte in het midden staat onder Europa's landen, heeft het
den zelfden stand met betrekking tot de rivieren, daar het
wel niet zulke groote stroomen heeft als Oost-Europa, maar
toch grootere dan elk ander land vau Europa; een voordeel,
dat door de gelijkmatige verdeeling naar alle rigtingen bij het
binnenland-karakter des lands nog verhoogd wordt.
Van de Alpenstroomen behoort hiertoe het grootste deel van
het Rijngebied (uitgezonderd het bron-en deltaland, alsme-
de gedeeltelijk de westelijke zijrivieren van den Boven- en Mid-
den-Rijn), het gebied van den B oven-Don au met dat van
eenige westelijke zijrivieren van den Midden-Donau en het ge-
bied van de Boven-Etsch. Onder de rivieren van het Duit-
sche Middengebergte hebben de Weser en de Elbe geheel,
de Oder grootendeels haar stroomgebied op Duitschen bodem.
Onder de Duitsche kustrivieren is de.Ems de voornaamste.
Tot welke zeegebieden behooren de Duitsche stroomen?
Klimaat en plantengroei.
Ook in het klimaat staat Duitschland (even als Europa) in het
midden. Door zijne ligging inhet midden der gematigde luchtstreek is
hetevenzeer verwijderd van de verstompende armoede van't noorden.