Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE ATLANTISCHE OCEAAN. § 6. 21
eenige kontinentaal-eilanden en vormt een zeker kontrast met
de uiterst schaarsche eilandvorming in de zuidelijke helft. Eene
dergelijke tegenstelling verkrijgt men door de kustontvvikkeling
in de beide helften te vergelijken. De Atlantische oceaan vormt
de meeste insnijdingen; geen wereldzee dringt zoo diep in het
hart der oude en nieuwe wereld. Daarom maakt hij belangrijke
binnenzeeën : in de oude wereld de Middellandsche en de Oost-
zee, in de nieuwe de Mexicaansche golf en de Hudsonsbaai.
Zijne stroomingen zijn ten gevolge zijner eigenaardige vor-
men onregelmatiger dan bij de andere zeeën. Men onderscheidt zes
warme stroomingen: de Zuid-Atlantische strooming
is eene voortzetting van die, welke uit den Indischen oceaan
om Afrika*s zuidpunt komt 1). Onder den equator wordt zij door
eene uit het noorden haar ontmoetende strooming (de Noord-Afri-
kaansche en Guinea-strooming) naar het westen gevoerd en door-
snijdt als Equatoriaal-stroom den Atlantischen oceaan van
't oosten naar 't westen. Aan de uiterste oostelijke punt van Zuid-
Amerika (kaap St. Koque) verdeelt zich de equatoriaal-stroom in
twee armen: c. een zuidelijken, de Brazilische strooming
en d. een noordelijken, die door de Caraïbische zee in de golf
van Mexico komt, en door het kanaal van Florida deze weder ver-
laat als e. Golfstroom, zich onderscheidende door hooge tem-
peratuur en donker blaauwe kleur, en met toenemende breedte, maar
verminderende snelheid de kusten van Noord-Amerika volgt, tot-
dat hij (bij Newfoundland) eene koude poolstrooming (de ark-
tische strooming) ontmoet, die hem eerst zich doet keeren naar het
oosten, bij de Azorische eilanden naar het zuiden en dan naar de
Afrikaansche kusten. Door deze f. Noord-A fri ka ansehe of
Guinea-strooming voltooit hij zijn grooten omloop om dien we-
der op nieuw te beginnen. Binnen dezen kring ligt de Sargasso-zee
(van sargagao — wilde druiven), eene streek van 800 mijl lengte,
met zeetang (fucus natans), door eene ontelbare menigte kleine zee-
dieren bewoond 2). Water van den golfstroom, in de kccrkringsge-
1). Volgens Maury heeft de strooming op de westkust van Zuid-Afrika
geen noordelijke, maar zuidelijke rigting.
2) Volgens Petermann, Mitth. 1858, bl. 428, zijn de stroomingen en
winden de eenige oorzaak, dat de verbazend opgehoopte waterplanten
«ene zekere bepaalde ruimte niet kunnen verlaten.