Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
FBIESLANl). § 59. 363
zen en Frederiksoord. De hoofdplaats Assen, aan de Smil-
der vaart, telt sleehts 5400 inwoners en moet in vele opzigten onder-
doen voor Meppel aan het Meppeler diep, dat naar Zwartsluis
voert, met fabrieken. Koeverden, vroeger eene sterke vesting aan
het Bourtanger moeras, dat het oosten der provincie beslaat. Hoo-
ge veen, eene opkomende plaats (met bijna 10000 inwoners) te
midden van veenen. In de omstreken van het dorp Borger vindt
men het grootste der Hunnebedden, die zoo veel in deze provincie
worden aangetroffen.
5. Friesland (bestaande uit de voormalige 3 kwartieren: Oos-
tergo , Westergo, Zevenwolden), dat even als zijn ouden naam ook
zijne taal, zeden en kleederdragt der bewoners het getrouwst heeft
bewaard, is 59,61 □ m. groot, met 279154 inwoners, verdeeld
over 3 arr —Leeuwarden, Heereuveen, Sneek. In het zuidoosten,
waar het aan Drenthe grenst, is het zandig en hoog. Iu het wes-
ten en noorden, waar het eene natuurlijke grens vindt in de zee,
die in het noordoosten als Lauwerzee landwaarts indringt, deelt
het geheel in de gesteldheid vau Holland. Aan de zeezijde wordt
het door zware dijken beschermd tegen deu golfslag der zee, die
hier nog sterker is dan op de Hollandsche kusten. In het westen ziet
men de heerlijkste weiden, die sterk afsteken bij de veenen en het
houtgewas in 't oosten en zuidoosten. Bijzonder rijk is Friesland aan
zoetwatermeren: Sneeker, Slooter, Tjeuker, Bergumer,
Makkummer, Fljussenmeer eu andereu. Gedurende de laat-
ste 30 jaren zijner yeel goede wegen aangelegd; doch vóór dien
tijd had men er reeds een aantal kanalen en vaarten gegraven
(voor groote schepen bevaarbaar zijn: die van Harlingen naar de
Lauwerzee, die van Leeuwarden naar Takozijl en de Lemmer, die
van Stroobos naar Stavoren). Hier en in Holland vindt men de
meesteen beste veeteelt; de landbouw heeft altijd een voornaam
middel van bestaan uitgemaakt. Friesche paarden zijn bekend.
De hoofdstad is Leeuwarden (25 000 inwoners), eene landstad,
aan den zamenloop van verseheidene stroompjes en wegen, zoo-
dat de bewoners van het omliggende rijke platteland daar gemak-
kelijk ter markt kunnen komen, waaraan de stad ook het grootste
gedeelte van haren bloei te dauken heeft. F ra nek er, gelegen aan
de groote vaart van Leeuwarden op Harlingen (10000 inwon.),
welk laatste aanzienlijken handel drijft op Engeland. Het is de eenige
handelshaven van Friesland. Stoombooten onderhouden de gemeen-
schap met het binnen- en buitenland, die weldra nog grooter zal
worden door den spoorweg, welke van hier uit over Leeuwarden
24*