Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
20 DE ATLANT. OCEAAN. § 6.
woonde kusten (het zuidpoolland met den 12 000' hoogen ant-
arktischen vulkaan Erebus in het zuiden van Victoria-land), die
men daarin ontdekt heeft, tot afzonderlijke eilanden of tot een
groot vastland behooren ; de ijsblokken drijven hier verder bui-
ten de grenzen der IJszee dan in het noorden, en daarom is
het dan ook moeijelijker, in de zuidelijke poolstreken door te
dringen, te meer omdat men hier aanhoudend nevel en stormen
heeft.
Over de antarktische driftstrooming, die uit de Zuidelijke IJs-
zee in den Grooten oceaan loopt, zie § 8.
§ 6.
DE ATLANTISCHE OCEAAN.
Het groote lengtedal van den Atlantischen oceaau scheidt niet
alleen de oude van de nieuwe wereld, maar vormt ook de brug tus-
schen deze, waarvan hij de kusten bespoelt, die het meest voor
ontwikkeling vatbaar ziju. Uit dien hoofde dient hij in het alge-
meen meer dan eenige andere oceaan tot verbinding der meest ver-
wijderde gewesten der aarde. Hij was bestemd om het toonecl der
wereldgeschiedenis tot in het oneindige te vergrooten, toen de Mid-
dellandsche zee te klein geworden was.
De Atlantische oceaan heeft in 't noorden en zuiden water-
grenzen : de beide IJszeeën; in 't westen en oosten hoofdzakelijk
vaste en bepaalde landgrenzen (welke?) en alleen in het zuide-
lijk gedeelte watergrenzen, die aangewezen worden door de me-
ridianen over de kaap de Goede Hoop en kaap Hoorn. Verre-
weg het grootste gedeelte ligt op het westelijk halfrond. Zijne
breedte is bijna overal de zelfde (50°), want de oostelijke en
westelijke kusten loopen op eene merkwaardige wijze parallel,
daar, even als bij eene rivier, tegenover aanzienlijke uitloopers
van het land op de eene, bijna even zoo groote insnijdingen van
het water op de andere kust staan. Men vergelijke Labrador
met de Noordzee, Noordvvest-Afrika met de Mexicaansche golf,
Brazilië met de golf van Guinea.
De Atlantische oceaan is naar evenredigheid arm aan eilan-
den, vooral aan oceanische; de noordelijke helft heeft nog