Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
358 STAATSKEGELING. § 59.
diging of de S tat e n-Ge n er aa 1, die uit twee kamers
bestaan.
De leden der eerste kamer worden gekozen door de Provinciale Sta-
ten uit de hoogst aangeslagen en in 's Rijks direkte belastingen en zijn 39
in getal. Zij hebben zitting voor 9 jaren; om de 3 jaren treedt % af. De
leden der tweede kamer w^orden gekozen door meerderjarige manne-
lijke ingezetenen, die eene zekere som in de direkte belastingen betalen.
Voor elke 45 000 inw. telt men 1 afgevaardigde, wier getal thans 71 be-
draagt en waarvan de helft om de 2 jaren uitvalt.
Voor het burgerlijk beheer is het land verdeeld in 11 provinciën
en deze weder in gemeenten. Het bestuur der provinciën is in han-
den der Provinciale Staten, wier vergadering wordt voorgezeten
door den Kommissaris des Konings. — De gemeentebesturen, met
een burgemeester aan het hoofd, behartigen de belangen der ge-
meente.
De Provinciale Staten worden door de zelfde kiezers gekozen, die het
kiesregt bezitten voor de tweede kamer; om de 3 jaren treedt de helft af.
Aan een kollegie van Gedeputeerde Staten, door de Staten
uit hun midden benoemd, is de dagelijksche leiding der zaken opgedra-
gen. — De leden van den Gemeenteraad, gekozen door kiesgeregtigde in-
gezetenen, benoemen uit hun midden twee of meer wethouders, die
met den voorzitter van het bestuur (den burgemeester), de kommissie
van dagelijksch beheer uitmaken. Een raadslid heeft zitting voor 6
jaren; om de 2 jaren treedt % af.
Voor de regterlijke magt heeft men een opperste geregtshof, den Hoo-
gen Raad, te 's Gravenhage. In elke provincie, die dan in arrondissemen-
ten (met eene regtbank) en deze weder in kantons (met een kantongeregt)
zijn verdeeld, heeft men een geregtshof.
Het krijgswezen berust op de stelling van algemeene dienstpligt
voor ieder ingezetene vftn het rijk van 20—35 jaar, eerst in het
leger, vervolgens bij de schutterij, die in drie bans verdeeld is.
Ter verdediging van het land dienen 28 vestingen en eene landmagt
van ruim 50000 man, van welke naauwelijks de helft in aktieve
dienst is. Hierbij komt nog eeue zeemagt van 140 groote en kleine
vaartuigen, bemand met 9000 koppen.
In tijd van vrede moet van de 500 inw. één man in den wapenhandel
geoefend worden.